Mek's Reispagina's
(Vrij) Kamperen
Tips
Caribean 2000
Griekenland 2001
PyreneeŰn 2002
Griekenland 2003
Japan 2003
Ardennen 2003
Swalmen 2003
Eifel 2004
PyreneeŰn 2004
Turkije 2005
Frankrijk 2005
Mijn club
Links
Contact
Spelletje
Griekenland 2003
 
De koffie is op, de afwas gedaan, het wc-tje is geleegd (volgens Dieuwer gaat het 'klotsmannetje' branden, als hij vol is) en de dames zijn naar het strand. Kortom de vakantie is weer helemaal op gang.
 
We staan momenteel op een echte familiecamping Europa (N 45░12.678; E 012░17.940) in Sottomarina - Chioggia nabij VenetiŰ. Alle stadscampings (en dat zijn er echt tientallen hier in dit dorpje) liggen tussen het strand aan de ene kant en de levendige boulevard met alle verschijnselen van dien, aan de andere kant.
 
Gisteren zijn we hier gearriveerd, na een tot bij de Gotthard-tunnel aangekomen, zeer vlot verlopen reis. We vertrokken vrijdagavond rond 19.30 uur vanuit Sambeek, reden over Venlo en Monchengladbach via de Linksrheinische Autobahn richting zuid-Duitsland. Wendy nam rond 21.00 uur het stuur over en heeft het tweede deel tot voorbij Koblenz voor haar rekening genomen. De cadans van de rit en de spanning van de ophanden zijnde vakantie deden de dochters al rond 22.00 uur besluiten om te gaan klappen. Uiteraard kwamen ze stuk voor stuk na verloop van tijd toch weer even kijken, plassen, snoepje eten etc. Uiteindelijk lagen alle dametjes zo rond middernacht plat. Wendy ging rond Baden Baden onder zeil en vervolgens had ik de weg, de thermoskan met koffie, Groove Armada op de radio en de auto voor mezelf.
Het zou een 'zwart' weekend worden in Duitsland en de Alpen. Ook hier kregen ze vakantie. Dat was voor mij de voornaamste beweegreden om toch maar 's nachts te gaan rijden. Tot en met het Schwarzwald was er van de beoogde drukte nog maar weinig te merken. Ook de grens bij Basel verliep wonderwel zeer voorspoedig. Dat is ook wel eens anders geweest. Hier en daar wat ongelukken onderweg op en langs de route, maar niets echts schokkends. 's Middags had ik een paar uur goed geslapen, dus voorlopig kon ik er wel tegen. En ik moet zeggen: het reed allemaal lekker door. Totdat je in de file staat dankzij een ongeluk aan de ingang van de Gotthard tunnel. Dat zorgt er natuurlijk meteen voor, dat alles in en voor zo'n enkelbaans tunnelbuis vast komt te staan. Je krijgt trouwens ook meteen visioenen van uitgebrande auto's met daarin verkoolde lijken en tunnels die voor een half jaar of meer dicht gaan. Ik denk dat als ik 20 minuten eerder aangekomen was, er probleemloos doorheen had kunnen rijden. Nu stonden we meteen 2 uur helemaal stil, totdat de rotzooi opgeruimd was. En dat van vier tot zes in de morgen, dat is niet echt tof. Te meer omdat de koffiekan ook al leeg was. Ik had het plan om door de Gotthard heen te rijden, dan van de weg af te gaan en dan ook een uurtje plat te gaan. Daar kwam op dat moment dus weinig van.
 
Uiteindelijk begon alles toch weer te rijden (opvallend overigens dat bijna alle verkeer van Nederlandse afkomst was) en ben ik om uur of zeven even anderhalf uur onder zeil gegaan. Op een landweggetje, een kilometer of drie van de snelweg af. Heerlijk rustig en niet zo, zoals al die andere vakantiegangers doen, met de zijkanten tegen elkaar bij zo'n ranzige en overvolle benzinepomp. Het is er vies, onveilig en absoluut niet uitnodigend om te gaan staan. En toch staat het er afgeladen vol. Lang leve de camper en de daarbijbehorende vrijheid.
 
De hut kwam rond half negen weer in beweging, en ik moet zeggen dat ik na anderhalve uur diepe slaap, behoorlijk opgeknapt was. Terug richting de snelweg en op een parkeerplekje in de bergen, even voorbij Locarno, een broodje met een verse bak koffie genuttigd.
 
Even daarna begon de shit opnieuw. EÚn Europa voor allen. De grensovergang naar ItaliŰ: alsof die douanebeambten ook nog maar iets doen hebben, alsof ze de ene illegale crimineel na de andere oppakken, alsof ze dozen met contrabande en illegale ladingen enzo met pakken tegelijk uit al die auto's halen etc. Kortom een trage bureaucratische ellende met als gevolg een file van vele kilometers in de brandende zon. Dat was nog niet zo erg (hoewel het natuurlijk zonde van de tijd is), even later begon ook nog eens de Italiaanse tolweg. Ook daar natuurlijk een rij tot Tokyo en weer terug. Om vervolgens dan anderhalve Euro tolgeld te mogen betalen. Belachelijk natuurlijk. Tien minuten later heb je dan het volgende tolgedeelte en ook daar mag je weer braaf in de rij staan om dan 1 enkele Euro te mogen doneren aan de Italiaanse overheid voor een stukje weggebruik. Laat die idioterie toch achterwege en verkoop net als de Zwitsers een tolsticker, zodat je in ieder geval niet meer voor dit soort ongeloofwaardige onbenulligheden behoeft te stoppen. De ergernis over dit soort onzin groeit torenhoog en de revenuen met betrekking tot dit soort bedragen staan natuurlijk niet in verhouding met wat een gemiddelde toerist hier in ItaliŰ te besteden heeft. Maar het is toch eigenlijk onverkoopbaar dat je meer dan een uur in de rij moet staan voor een tol van tweeŰnhalve Euro. Die Italiaanse premier met zijn grote bek heeft, buiten het beledigen van zijn mede-europeanen, nog heel wat te doen als hij in de toekomst de economische drijfveer van zijn land (het toerisme) wil blijven laten bestaan. Van alleen de Alfa's, Lancia's, Fiats en de Bertolli olijfolie kan zijn land echt niet leven.
 
Maar goed, om 16.00 uur draaiden we hier in dit pretpark (wat Sottomarina - Chioggia eigenlijk ook is) op en lagen we binnen 10 minuten in het lauwwarme water van de Adriatische Zee. Prachtige stranden van meer dan 200 meter diep, rijen met verhuurde parasols, en een heerlijk helder, maar volgens Dieuwer wel erg zout water. De vissen kun je in de golven zien spartelen, dus dat wordt vandaag snorkelen met de brilletjes op.
 
Even nog iets grappigs over enorme blunder van mij gisterenavond. Ik ga naar de campingbeheerder en vraag hem waar je een lekkere pizza kunt afhalen. We hadden echt geen zin meer om nog de deur uit te gaan, dus pap zou wel eens even iets regelen. Nou, een stukje verderop kreeg je de beste pizza van Chioggia, dus ik erheen. Geen hond te bekennen, maar wel een foldertje meegekregen. Terug naar de camping, een keuze gemaakt voor drie Maxipizza's en deze jongen weer terug naar die pizzaboer. Staat er intussen al een rij van meer dan 15 man. De efficiŰntie was er gelukkig erg hoog, dus ik was zo aan de beurt. De wachttijd bleek een half uur, dus dat overleef je ook wel met een prettig uitzicht over de levendige boulevard. De ene klant na de andere kwam met zo'n oversized doos naar buiten, totdat mijn nummer afgeroepen werd. Daar lagen echt drie dozen, die van zo'n overweldigend formaat waren, dat ik moest jongleren op de mountainbike om die mee terug te nemen. Echt meer dan een halve meter in diameter. De mensen, die ik al die tijd naar buiten had zien komen met die grote dozen, hadden gewoon een standaard pizza. En die was al enorm. Twee pizza's van dit formaat waren al meer dan voldoende geweest. We hadden er dus meer dan anderhalf over, en die nuttigen we vandaag gewoon, lekker koud bij de lunch.
 
De camping is er een van de misschien wel honderd hier in de directe buurt. Stelt allemaal weinig voor, zit vol met Italianen, die er hun eigen 80 vierkante meter hebben en dit duidelijk, zoals overigens overal in ItaliŰ, afbakenen met hekjes, doeken, touwen, linten en complete overkoepelende afdaken. De auto moet uiteraard dan ook nog naast de kingsize koelkast in de voortent en de tv staat natuurlijk eveneens prominent in de voortent opgesteld, zodat iedereen goed zijn soaps kan blijven volgen. Overigens zijn de voorzieningen op de camping best wel netjes en schoon. Genoeg douches en wc's. Zelfs heeft de camping een speciale voorziening voor campers. Boodschappen kun je echt overal in de directe omgeving doen want er zijn supermarkten zat, terwijl verse broodjes 's ochtends bij de ingang te verkrijgen zijn.
 
De boulevard hierachter zorgt voor een non-stop lawaai de hele nacht door. Wij hebben de mazzel, dat we daar niets van horen omdat onze airco een continu gezoem geeft, die dit alles ruimschoots overstemt en voor een overheerlijke verkoeling in de camper zorgt. Ik heb te doen met de mensen achter ons in de tentjes. De nachten zijn hier bloedheet en het lawaai van Sottomarina - Chioggia gaat continue door. Volgens mij krijg je hier in de omgeving echt heel weinig rust, of de camping nu Europa heet of Grande Marina, Tropical, Adriatico of hoe dan ook. Ze liggen allemaal in die smalle strook tussen de boulevard en de zee. En die zee daar ga ik nu naar toe om een duik te nemen en om me rond te wentelen in een zonnebad. Vanavond moesten we maar eens een stuk over de boulevard gaan wandelen en de zaak verkennen. Nu is het tijd voor verkoeling en om de buren te ontvluchten, want die komen momenteel massaal terug, gaan barbecues neerzetten en emmers met versgevangen vis, mossels en kokkels schoonmaken. Dat wordt straks natuurlijk een grote rokerige en overheerlijk meurende aangelegenheid.
 
Dat had ik dus goed ingeschat. Al met al hadden we en overheerlijke stranddag. Alsof je met heel mooi weer op Scheveningen of Zandvoort zit. Kortom een volle bak: ik heb echt zelden zo veel mensen op een strand bij elkaar zien zitten. Het zag er helemaal zwart van het volk. Over zwart gesproken: om de drie minuten komt er wel zo'n getinte medemens (veelal uit donker Afrika) aan met zijn handelswaar. Dat varieert van nagelknippertjes, via badlakens tot illegaal gekopieerde top 40 CD's. Alles is er gewoon te krijgen, voor niet al te veel geld en uiteraard pas na lang gepingel. Alie Illegalie. Verder is het strand natuurlijk een aangelegenheid van kijken en bekeken worden (moet je daar maar eens als man met vijf vrouwen zitten). Je ziet er echt de meest merkwaardige combinaties: van watjes tot cascadeurs. Van uitgezakte moekes tot de meest ongelooflijke siliconenvoorgevels. En iedereen met een mobieltje paraat in de hand om deze zo snel mogelijk te kunnen beantwoorden of te SMS-en. Continue hoor je: 'pronto', gepiep, gerinkel of een hoop Italiaans geratel.
 
's Avonds zijn we naar de oude binnenstad van Chioggia gewandeld. Echt lekker toeristisch met veel kanaaltjes, bruggetjes, aangemeerde vissersbootjes en echt overal terrasjes. Mensen staan er bijna overal in de rij om er een hapje te mogen eten. Niet even een kort rijtje, neen, meer dan 75 wachtenden voor u. Doe het er maar mee als je honger hebt. Verder heeft alles toch wel een beetje de uitstraling van kermis en snelle handel. Op de boulevard van Sottomarina, die echt helemaal vol liep met flanerende mensen, hebben we nog een ontzettend lekker ijsje gegeten met echt verse ingrediŰnten. Dat maakte op dat moment de kleffe warmte een heel stuk dragelijker.
 
De maandag stond in het teken van het vertrek met de boot vanuit VenetiŰ. Het opbreken en de rit er naar toe gebeurden in minder dan een uur. Het gebied waar je doorheen rijdt, schijnt een of ander natuurgebied te zijn, dat overeenkomt met onze Waddenzee. Alleen zo zonde, dat die verrekte Italianen overal zo'n rotzooi van maken. Je ziet echt op ieder plekje wel van die lege plastic flessen en tasjes liggen of drijven. Jammer, want dat geeft meteen zo'n armoedige uitstraling. Rond 12 uur kwamen we zonder enig oponthoud op de kade (N 45░26.103; E 012░18.353) aan bij het havenkantoor en we konden direct inschepen op de Pasiphae Palace van de Minoan Lines. Bij de balie had ik ter plekke geregeld, dat we er in Igoumenitsa vanaf zouden gaan en dat gaf geen enkel probleem. Het inschepen ging net als twee jaar geleden zeer efficiŰnt en snel. Binnen 5 minuten sta je op je plek en heb je je eigen stroomvoorziening. Jammer dat we halverwege het campingdek stonden en dus nogal ver van de open ramen. Als je dan geen airco hebt, ga je volgens mij echt helemaal dood van de hitte. Overigens gaf de airco ook wat probleempjes, want na een paar uur op vol vermogen draaien, sloegen de zekeringen in de schakelkast van de boot door. Een elektricien er bij en die haalt in een of andere zekeringkast de schakelaar om. Ik wist meteen waar en hoe, dus daarna heb ik het zelf nog een paar maal op eigen gelegenheid kunnen doen. De dames lagen binnen no-time in het zwembad en pap en mam genoten uitermate relaxed van de verwachtte en prachtige vaart door de Venetiaanse kanalen met een vol uitzicht op het St. Marco plein en alle daarbij behorende kerkjes, paleizen en herenhuizen. Het is en blijft een unieke ervaring om met zo'n enorme boot dwars door VenetiŰ varen en de toeristen van bovenaf te kunnen bekijken. 's Avonds op het dek hebben we naar de lichtjes van KroatiŰ zitten kijken aan de ene kant en de Italiaanse booreilanden aan de andere. Onze traditionele fles Champagne knalde op het hoogste dek en de kurk waaide in een grote boog helemaal met de wind mee en belandde uiteindelijk een dek lager tussen de rest van het publiek. Tot diep in de nacht hebben we zo zitten genieten in de wind op het dek. Het koelde echt helemaal niet af maar door de wind van de boot, bleef het gelukkig enigszins uit te houden. Dit in tegenstelling tot benedendeks. Daar stegen de temperaturen tot dik in de veertig graden. Ik had echt te doen met de mensen die daar met alle ramen tegenover elkaar open in de caravan zaten zonder enige vorm van verkoeling. Wij hebben in ieder geval een heerlijke koele nachtrust genoten. Lang leve de airco. En dat is een kreet geworden tijdens de vakantie, die we nog vaak zullen gebruiken.
 
Dinsdagochtend begon gewoon weer met veel hitte en tot onze verbazing werd er ineens omgeroepen, dat we binnen een half uur zouden aanmeren in Igoumenitsa. Waren we toch even vergeten de klok een uur vooruit te zetten ivm het tijdsverschil. Scheelde weer in onze berekeningen. Meiden uit het zwembad geplukt, gauw mezelf nog even een keer lekker afgedouchet en vervolgens in colonne de boot af en de kade op. Ongelooflijk, dat dit allemaal realiseerbaar is in 10 minuten. Igoumenitsa zijn we snel doorgereden om vervolgens de kustweg naar het noorden op te draaien (N 39░31.354; E 020░15.702). Al na 500 meter werden wij hartelijk welkom geheten door de eerste platgereden hond. Ik weet nu al, dat vele nog zullen volgen.
Igoumenitsa is een druk havenstadje, dat enigszins niet-Grieks aandoet. De haven is het punt van vertrek en aankomst voor de veerdiensten op ItaliŰ. Het is er een komen en gaan van veerboten. De kade is volgebouwd met hotels en taverna's. Voor de ronde baai ligt als een stel schildpadden een keten van kleine eilandjes, die kun je vanaf de boot heel duidelijk zien liggen. Daar achter loopt de Straat van Korfu. Ten noorden van de stad ligt de monding van het riviertje de Kalamas. In Igoumenitsa valt weinig te beleven. Het heeft het onpersoonlijke karakter van een grensplaats. Een tocht door de omgeving, zeker langs de fraaie kustweg zoals wij deden richting de Albanese grens, is meer dan de moeite waard.
 
Een uur later stonden we in ieder geval op het mooiste punt van Griekenland in de buurt van Sagiada (N 39░38.059; E 020░10.270) met de wielen in het zand, de camper onder twee platanen, een verschrikkelijk heldere zee aan de voeten en de thermometer op 33 graden. Hier mogen ze m'n as uitstrooien. Niet te geloven, dat dit soort plekken nog bestaat. De weg kronkelt hier nog een paar kilometer verder om dan bij de grenspost van AlbaniŰ aan te komen. Dus verkeer zie je hier niet of nauwelijks. De zon zindert, het water lokt, de barbecue gloeit en de wijn is koel. Als God in Griekenland, anders kan ik het niet zeggen.
Heycke zocht haar hengel op en had, zonder liegen, binnen 20 seconden haar eerste vis aan de lijn. Gegil en hilariteit alom over wie dat kronkelende beest van de haak moest halen. Uiteindelijk heeft Veerle dat gedaan. Twee minuten later had ze de volgende en al met al ving ze er zo zes in een mum van tijd. Te klein om te eten, maar goed voor het moreel en de griezelige lol. De rest van de dag hebben we alleen maar gezwommen, gebald, genikst en een gat in de wijn- en biervoorraad geslagen. Even verderop stond er een douche op het strand, waar zoet water uitkwam en die heerlijk even het plakkerige zout van je lijf afspoelt. In tegenstelling tot wat we verwachtten, koelde het 's avonds geen bal af en bleef de temperatuur gewoon dik achter in de dertig graden steken. De dames hebben liggen zweten in de camper met alle ramen tegenover elkaar open, en ik heb heerlijk liggen soezelen op mijn stoel met mijn voeten in het water en een nachtelijk uitzicht op het aan de verre horizon gelegen Corfu. De hele nacht zie je in de verte de cruiseboten en ferry's felverlicht voorbij komen. Die kun je dan de hele horizon blijven volgen van links naar rechts en weer terug. Dat is dan ook wel meteen het meest spannende wat er op het strand van Sagiada te doen is.
 
De woensdag zijn we gewoon verder gegaan met waar we mee bezig waren. Niets dus. Veel zwemmen, poedelen en nu dus echt de hele biervoorraad wegdrinken. Onze favoriete brouwer zal wel blij zijn met ons. Wendy is op de mountainbike even brood wezen halen in het dorp plus nog wat fruit bij een of ander kraampje. Die kwam echt helemaal zeiknat bezweet weer terug, want de tocht is niet echt geheel zonder hellingen.
 
Laat in de middag braken we de boel op en zijn we via de bergwegen langs de Albanese grens naar Ioannina gereden. Slechts 92 kilometer, maar toch goed om ruim 2 uur door de bergen heen te dolen. Nergens vind je verkeersborden en wij zaten op weggetjes die alleen maar steeds smaller werden. Zelfs tot het niveau van een gemiddeld fietspad in Nederland aan toe. Dan denk je iedere keer dus echt dat je verkeerd zit (zelfs als de planten door de kieren en gaten van het asfalt heen groeien, blijf je maar gewoon doorgaan). Maar al met al zijn we er toch gekomen. We staan dus op stadscamping Limnopoula met goede campervoorzieningen en gelegen aan het meer (N 39░40.637; E 020░50.648). De camping stelt weinig of niets voor, maar voorziet in de basisbehoeften voor uitstapjes in de omgeving middels een kort verblijf. Waarschijnlijk behoort het bij een plaatselijke roeivereniging, want de hele dag zie je hier skiffs op het meer trainen. De voorzieningen op de camping zijn matigjes: toiletten en douches dateren van dertig jaar geleden, maar worden wel diverse keren per dag schoongemaakt. Brood en de hoogst noodzakelijke dingen kun je in het winkeltje van de camping krijgen en dan houdt het verder helemaal op. Een supermarkt verderop op de drukke boulevard heeft daarentegen alles wat je hartje begeert. Het is slechts 3 minuten fietsen en ernaast zit een groenteman met prachtig vers fruit en groente.
 
's Avonds zijn we de boulevard afgelopen (dat is overigens niet echt gezellig, want daar zijn alleen maar auto- en motorenbedrijven gevestigd. Je kunt beter de driehonderd meter verder gelegen parallel lopende boulevard pakken, want daar beginnen al vrij snel allemaal gezellige winkeltjes en uiteindelijk komt deze ook in het centrum uit) naar het centrum en hebben daar in een klein restaurantje, recht tegenover de poort van de citadel, overheerlijk gegeten en gedronken tegen een zeer betaalbaar tarief. Je kunt zelfs beter iets drinken in een van die restaurantjes, dan op de kade aan van die modieuze terrassen, want daar zijn de prijzen al gauw het dubbele.
Ook in Ioannina blijft het weer dus ranzig warm en klam en koelt het voor geen meter af. De nacht ga je gewoon weer met ruim dertig graden in. Lang leve de airco. Het slaapt toch wel erg lekker in die koelte met zes man aan boord. Gevolg is wel, dat we pas om 09.30 uur wakker werden. Om nog wat aan de dag te hebben moesten we wel even opschieten, want tussen 13.00 en 18.00 uur houdt het openbare leven gewoon op en valt iedereen ter plekke om of in slaap.
 
Veerle kocht meteen in een van de vele souvenirwinkeltjes haar gewenste oorbellen, Heycke tikte drie kei-leuke T-shirtjes op de kop, en Dieuwer een leuk zomerjurkje. Maar even later zaten we dan toch uiteindelijk op de busboot naar het eiland van Ali Pasha. Dat is 10 minuten varen en je komt er aan op een terras met allerlei aquaria waar je je eigen forel, karper, paling of rivierkreeft mag uitzoeken voor de maaltijd. Zelfs de kikkers voor je portie kikkerbilletjes mag je in een grote bak aanwijzen. Verder stelt het eilandje niet zoveel voor. Hier en daar wat shops met de goedbedoelde toeristische rotzooi in Turkse steil om aan te geven, dat ze zich hun verleden herinneren (en daar via waterpijpen, koperen borden en potjes en pannen graag nog wat aan willen verdienen). Allemaal spiegeltjes en kraaltjes werk. De rest van het eiland is een leuke wandeling, maar zelfs het Museum van Ali Pasha is eigenlijk niet bijzonder de moeite van het bezoeken waard. De totale indruk van alles is, dat het allemaal een beetje in verval is geraakt; er is gewoonweg te laat of te weinig ge´nvesteerd en het komt nu allemaal een beetje armetierig over. Dus na een uurtje zijn we gewoon weer met de bootbus terug en Ioannina in gegaan. De citadel in de stad stelt ook niet zoveel voor. Van het oude verleden zie je enkel nog wat terug in de twee moskeeŰn, die er staan, maar volkomen in Griekse stijl overgenomen zijn. Zelfs de Griekse vlag staat er in top, zodat je vooral maar niet denkt dat het Turks is. De wandeling door de rest van Ioannina is echter veel leuker. Dat straalt echt nog zo'n ouderwetse ambachtelijke sfeer uit: kappers bij kappers, koperslagers bij elkaar etc. Dat is gewoon echt de moeite waard en je kunt er hartstikke leuk snuffelen in al die winkeltjes.
Onze Turkse vriend Ali Pasha voerde meer dan 200 jaar geleden in dit gebied een schrikbewind, maar wist ook de omgeving tot een economische groei te bevorderen. Doordat hij volgens zijn Turkse meerderen te veel macht kreeg, werd het op een gegeven moment tijd dat hij afgezet en vermoord zou worden. Uiteindelijk werd zijn hoofd als bewijsstuk aan de Sultan gepresenteerd (ik vraag me overigens af hoe ze dat in die hitte deden, zo zonder koeling). Dit stukje geschiedenis is momenteel de hele (toeristische) drijfveer van het gebied, maar zorgt aan de andere kant toch ook wel voor een prettige enigszins oosterse sfeer in Ioannina.
 
Bij terugkomst op de camping zijn de dames op de camping even in het meer wezen zwemmen. Via gaten en handvatten in de kademuur kun je dan moeizaam in en uit het water komen. Stom dat zo'n beheerder hier toch niet zijn voordelen mee doet en wat ladders e.d. laat aanrukken en monteren. De kademuur zou zich verder perfect lenen voor een terrasje of een klein restaurantje en als je dan ook nog wat kleine bootjes gaat verhuren, dan heb je een goedlopende tent. En niet zo'n armetierig ding zoals het nu is.
 
De dames nokken nu en ik ga nog even een biertje drinken. Morgen gaan we naar Dodoni en krijgen we eindelijk de eerste dag met Cultuur (met een grote C).
 
Vrijdag. Niets te veel gezegd, Dodoni (N 39░32.760; E 020░47.063) is volledig de moeite waard. Het is een rustige rit van een dikke twintig kilometer door een prachtig berglandschap. Onderweg door de bekende Griekse dorpjes met nog heerlijk overal ouderwets ezeltjes en schaapskuddes, die voor de camper uitlopen en waar je je doorheen moet wringen. De archeologische opgraving zelf doet voorkomen, alsof er dagelijks tientallen touringcar bussen op de stoep staan met hordes mensen, die staan te dringen om er naar binnen te mogen. De parkeerplaats neemt er wel enkele hectares in beslag, maar al met al hebben we er niet meer dan drie auto's zien staan. Volgens mij leent het zich hier wel om eens lekker een nachtje te kamperen.
Wij hebben in alle rust de opgravingen kunnen bekijken, maar nu waren wij ook eens vroeg uit de veren en op pad. Ruim voor tienen liepen we er al en voor twaalven waren we er ook al weer weg. Inderdaad arriveerden er op dat moment twee bussen met enkele bezoekers. In mijn ogen ligt het gebied hier voor de doorsnee toerist te ver uit de route. De gemiddelde Griek uit de stad zoekt zeker niet het binnenland op, maar gaat naar de kust om zijn heil te zoeken. Ook die vind je dus niet hier.
 
Griekenlands oudste en heiligste orakel, voor zover er gradaties in heiligheid bestaan, sprak in Dodona. Voor de Griek uit Athene was het een lange, gevaarvolle reis naar Epiros, ergens aan de grenzen van wat hij als de beschaving beschouwde. En ze zeggen dat er reizigers helemaal uit Kreta kwamen om het ja of nee antwoord van het orakel te vernemen.
Het orakel van Dodona was weinig loslippig. Alleen wie uitzonderlijk machtig was of immens rijk, en dat ging ook in de Oudheid vaak samen, mocht op een geformuleerd advies rekenen. De anderen moesten hun vraag zo formuleren dat het antwoord ja of nee kon luiden. Een vraag als 'wanneer trouw ik het best met Zopyrion?' kon niet; 'Is Zopyrion een goede vrouw voor me?' kon wel. De tweede vraag lijkt ook nuttiger.
Het is niet bekend wanneer het orakelen in Dodona begon. Waarschijnlijk was dat op het einde van de vroege Bronstijd, de tijd van de binnenvallende Dorische stammen. Zij brachten Zeus mee.
De Zeuscultus werd verbonden met die van een plaatselijke aardgodin, iets als een Grote Moeder of Moeder Aarde, in elk geval een vruchtbaarheidsgodin. Ze had haar honk in de wortels van een reusachtige eik. Daarmee was de dubbele cultus van Dodona geboren: de Griekse, hemelse, mannelijke Zeus gekoppeld aan de voorgriekse, aardse, vrouwelijke Dione. Een bizar duo. Voorzichtige cultuurfilosofen stellen dan ook dat beide erediensten niet versmolten, maar apart bleven voortbestaan, naast elkaar.
In de Mykeense tijd bezochten handelaars (of rovers, het verschil was toentertijd minder duidelijk dan nu) geregeld de kuststreken van Epiros en stichtten er kleine handelsposten. En toen de Doriers van het noorden afzakten en de Mykeners uit de geschiedenis duwden, hebben zij de streek een tijdlang bevolkt. De Doriers voerden kudden mee. Waarschijnlijk brachten zij de winters door in hutten op de vlakte bij de kust, en als het voorjaar werd trokken zij met hun vee de bergen in, naar de zomerweiden. Drieduizend jaar later doen de herders van Epiros dat trouwens nog. Later deelden Athene, Thebe en Sparta de politieke lakens uit. De brandpunten van de beschaving schoven een stuk naar het zuiden op. Dodona kwam daarmee nogal perifeer te liggen. Het orakel moet ook de concurrentie van het veel zuidelijker, dus makkelijker te bereiken Delfi scherp gevoeld hebben.
 
Ruines moet je in de vroege uren van de dag bezoeken. De geest is dan nog tabula rasa. Het licht is pril en strijkt als een streling over het landschap. En je hebt de opgraving en de stilte voor jou alleen, een zeldzame luxe in de vakantiemaanden. De stilte in Dodona is dubbel het beluisteren waard, dit is van oudsher het orakel van de geluiden geweest.
Nadat we het nog slechts vaag zichtbare stadion uit de derde eeuw voor Christus gepasseerd zijn, staan we ineens voor de parel van Dodona, het theater. De afmetingen wekken verbazing. Het kon meer dan zeventienduizend toeschouwers herbergen (en kan dat nog, want het is bescheiden maar keurig gerestaureerd, er worden zomerfestivals in gehouden). Dat is een hele hoop volk voor zo'n onooglijk gat, diep in moeilijk toegankelijke bergen. Gedeeltelijk is het theater gebouwd, gedeeltelijk ligt het in de flank van een vijfendertig meter hoge heuvel. Om het gebouwde deel stevigheid te geven, zijn massieve hoge bastions gebouwd. Ze benadrukken de monumentaliteit nog meer.
Koning Pyrrhos van Epiros, dezelfde van de spreekwoordelijke overwinning die uiteindelijk nauwelijks meer dan een nederlaag was, liet het in de derde eeuw voor Christus bouwen om er de vierjaarlijkse festivals van Naia in te houden.
Onwillekeurig ga ik het vergelijken met het wereldberoemde theater van Epidavros, dat we 2 jaar geleden nog bezochten. De aanblik is hier net iets minder volmaakt, waarschijnlijk omdat de gebruikte stenen nogal bleek en grijsgevlekt zijn. Maar qua ligging en omgeving wordt het theater van Epidavros met lengten geklopt en een groter compliment kan ik een theater toch eigenlijk niet maken? De achterwand is beter bewaard, vrijwel alle zitbanken zijn authentiek. Ze werden gewoon wat gefatsoeneerd, zodat het al te betonnerige restauratiewerk van Epidavros vermeden werd. En ach, de weelderige onkruidbegroeiing op de niet herstelde bovenrijen nemen we er graag kado bij.
Een fraaie middenpoort met zeven stenen in de arcade is gerestaureerd. Onder keizer Augustus verbouwden de Romeinen het theater tot arena. De gebogen muur van de arena werd tot in de goed bewaarde skene doorgetrokken, zodat kleine ruimten met een bizar en weinig praktisch grondplan ontstonden. Zo te zien konden die alleen dienen als hok voor wilde beesten. De twee laagste rijen zitplaatsen, de erezetels inbegrepen, verdwenen, en op de plaats van de derde rij kwam een beschermende muur van bijna drie meter hoog: het was niet de bedoeling dat de leeuwen ook de toeschouwers te lijf gingen. De Romeinse garnizoenen uit Epiros kwamen hier naar allerlei vormen van gladiatorengevechten kijken. Romeinen waren verzot op spektakels, hoe bloediger hoe beter.
Rond de orchestra loopt een diep in de rotsgrond uitgehouwen goot, nu met planken afgedekt. Ze voerde het regenwater af, dat in de poreuze ondergrond verdween. Het kan lelijk stortregenen in de bergen, de schelp van het theater vangt tijdens zo'n wolkbreuk enorme hoeveelheden hemelwater op. In de Romeinse tijd zal er ook wel eens bloed door de goot gevloeid hebben.
Vooral indrukwekkend zijn de rijen zitplaatsen. Ik tel vijftien rijen, dan een brede doorgang, vervolgens zestien rijen, een doorgang van meer dan twee meter breed, daarboven nog meer rijen, maar die zijn niet gerestaureerd, naar schatting nog wel een twintigtal, dan weer een doorgang en daarboven drie trappen die ook als zitplaats konden dienen. Dit moet een van de grootste theaters van Griekenland geweest zijn, meer dan dubbel zo groot als het Dionysostheater aan de voet van de Atheense akropolis, meer dan drie keer groter dan dat van Delfi.
We gaan helemaal bovenaan staan, ruim vijftig rijen hoog. Dit is een zeldzaam puur moment van schoonheid. Het uitzicht over het dal en de opgraving is adembenemend. De zon stijgt naar haar hoogtepunt en werpt steeds kortere schaduwen. Nevels verdwijnen en de hitte trilt rondom. Aan alle kanten klingelen bellen van kudden schapen. Zingende vogels. Kraaiende hanen. En boven dit alles een kristallen betovering, die ons beschermt tegen... Nee, niet tegen de rest van de wereld: de betovering breekt brutaal in scherven als een groep Griekstalige toeristen lawaaiig het theater binnenkomt. Vijftig rijen hoog kunnen we hun gesprek woordelijk volgen. Tenminste........ als we Grieks zouden spreken.
 
De rest van de opgraving zelf is noch uitgestrekt noch spectaculair. Het oogt allemaal een beetje gewoontjes, om niet te zeggen minnetjes, zeker als je Delfiachtige toestanden verwacht zou hebben.
De opgraving moet het hebben van de geschiedenis, die hier is blijven hangen. Want dit is weer zo'n plek waar geschiedenis aan kleeft. Hier werd beslist over de loop van de Grote Geschiedenis maar ook over de levensloop van kleine luyden. Hier hing eeuw na eeuw een sfeer van heiligheid, van geloof in hogere dan louter menselijke krachten. Hier werden de machtigsten van de aarde zich bewust van hun uiteindelijke machteloosheid: niet zij maar de goden beslisten, of het lot, dat nog machtiger was dan de goden. Hier kwamen wrok, onzekerheid, angst naar boven. Maar ook deemoed, geloof in goddelijke machten, onderwerping aan de wil van de goden. Soms resulteerde dat in vreugde en euforie, soms in bitterheid en wanhoop. Dit is een plek waar eeuwenlang tranen van vreugde en tranen van wanhoop hebben gevloeid. Zo'n plek moet je serieus nemen.
We lopen langs schamele resten van openbare gebouwen, tempels en priesterwoningen naar het belangrijkste gebouw van het heiligdom, het Hiera Oikia, de orakelplek.
De opgravers hebben een jonge eik geplant precies op de plek waar de wortels van de heilige eik opgegraven zijn. Hij is al stevig gegroeid. Aangezien een eik een paar honderd jaren oud wordt, kan hij nog wel een aantal generaties mee. In de bronnen is altijd sprake van een enkele eik in Dodona. Stel dat het orakel begon in het tweede millennium voor Christus en dat de laatste eik rond 400 na Christus geveld werd, dan moet Dodona op zijn minst vier of vijf eiken versleten hebben.
Tot in de vierde eeuw voor Christus had het heiligdom geen muren. Rond de eik stonden als afbakening alleen bronzen driepoten met ketels. Als iemand een van die ketels aanraakte of als de bergwind een ervan in beweging bracht, begonnen ze allemaal als gongen te zingen. Het verhaal wil dat ze pas zwegen wanneer iemand ze met de hand tot zwijgen verplichtte. Pas in de vierde eeuw voor Christus verrees er een kleine tempel.
Dodona wordt al heel vroeg in de historie vermeld. Dat bewijst het verhaal van de Argonauten, een verloren gegaan epos dat nog ouder is dan de heldendichten van Homeros. Jason kreeg de raad van godin Athena om zich naar Dodona te begeven en een tak van de heilige eik te gebruiken als kielbalk voor zijn schip, de Argo. Hetgeen Jason dan ook deed. Hij en zijn beroemde reisgenoten, stuk voor stuk legendarische helden, voeren veilig over de stormenrijke Zwarte Zee naar het verre Kolchis, mede dankzij de heilige kielbalk. Daar bemachtigden zij het Gulden Vlies en keerden na een avontuurlijke tocht naar Thessalie terug.
In de Illias krijgt het orakel van Dodona een vermelding. Als Achilles' beste vriend Patroklos zich voor zijn laatste gevecht naar het Trojaanse slagveld begeeft, trekt Achilles zich in zijn tent terug. Hij haalt een kostbare, gouden beker uit zijn 'mooie, van heerlijk inlegwerk voorziene kist, door Thetis, zilverblank zijn haar voetjes, vol gepakt met mantels, tegen wind en regen bestand zijnde gewaden en warme overkleren'. Hij brengt een plengoffer van wijn. In zijn gebed klinken oude, sacrale formuleringen door: 'Zeus Vader, gij, die van Dodona en van het land der Pelasgen de vorst zijt, wonende verweg, over het winters Dodona heersend, door Selloi omringd, profeten, die hun voeten nooit wassen en slapen op de grond...'
 
Sliepen de Selloi, de orakelpriesters, inderdaad op de grond? Wasten ze hun voeten niet?
Ook hier is niet bekend hoe een orakelraadpleging precies verliep. De procedure wijzigde in de loop van de eeuwen. In elk geval waren er in het begin drie priesteressen die orakelden: de Duiven of Peliades. Er waren ook priesters. Die hingen een ascetische leefwijze aan, sliepen waarschijnlijk op de harde, koude grond en liepen 's zomers misschien blootsvoets. In de winter, die hier akelig streng kan zijn, was het heiligdom waarschijnlijk onbewoond. Wat de precieze achtergronden van die ongewassen voeten zijn, is nog niet opgehelderd.
De orakelzoeker kraste zijn vraag met een stift op een blanco loden plaatje, vouwde het dicht, schreef op de buitenkant een nummer of een herkenningsteken. Talloze loden vraagplaatjes zijn teruggevonden. Er staan vaak grappige vragen op, al vond de vragensteller ze allicht niet echt grappig. 'Heeft mijn buurman het geld gestolen dat ik aan Aktia geleend heb?' 'Waarom was de voorbije winter toch zo onmenselijk streng?' 'Ben ik wel de vader van het kind dat mijn vrouw ter wereld bracht?' De plaatjes zijn te zien in het museum van loanina.
De vragen werden in een kruik door elkaar geschud. Wat er verder gebeurde, is niet bekend. Waarschijnlijk trok de sibylle een vraag uit de kruik, las die, luisterde naar het ruisen van de wind in de heilige eik of naar het koeren van de duiven in zijn kruin, en antwoordde met ja of nee. Gezien het grote aantal teruggevonden vraagplaatjes moet ze op piekdagen aan de lopende band voorspeld hebben.
Later, toen de orakelplek omheind was met driepotige steunen die elk een bronzen ketel droegen, kreeg ook het geluid van die gongen een voorspellende functie. En toen de bewoners van Korfu het heiligdom een grappig 'windorgel' schonken, werd ook die zogeheten 'Zweep van Korfu' een profetische stem toegedicht. Het hele gedoe bestond uit twee onderdelen. Op een zuil stond een bronzen beeldje van een jongeling. Hij droeg een loshangende zweep van koperen riemen. Op een tweede zuil stond een koperen bekken waarin de metalen zweep neerhing. De wind bewoog de zweep en deed het bekken voortdurend zingen, zeg maar orakelen. Een kletkous wordt in het Grieks 'een zweep van Korfu' genoemd.
Het is niet helemaal duidelijk wie over de voorspellende gaven beschikte, de priesteressen, gespecialiseerd in babbelzieke duiven, of de blootsvoetse priesters, luisterend naar het ruisen van eikenbladeren. Het is evenmin duidelijk of er hallucinerende middelen gebruikt werden.
Dodona bleef, met wisselend succes, gelovigen trekken tot diep in de Romeinse tijd, ondanks de concurrentie van Delfi. Waarschijnlijk kwamen de meesten niet als pelgrim, maar als bezoeker van de vierjaarlijkse spelen in het stadion of om het bloed van mens of roofdier in de arena te zien stromen.
Aan het einde van de vierde eeuw velde een christelijke bijl de heilige eik. Zelfs de wortels werden grotendeels uit de grond gegraven. Niemand weet waarom. Om een begraven schat te vinden?
Op de ru´nes van het heiligdom, en gebruik makend van antieke stenen, bouwden de christenen een basiliek. Dodona kreeg zelfs een bisschopszetel. Antwoorden op de grote vragen des levens werden voortaan vanaf de preekstoel gegeven. Het koeren van de donkere duiven in de eik verstomde. Een andere duif nam hun plaats in en nam hun stem over. Een witte deze keer met een takje in zijn snavel: de incarnatie van de heilige Geest.
 
De opgraving zelf is momenteel nog in volle gang. Er wordt door meerdere studenten gespit, gegraven, getekend en gerestaureerd. En dat het allemaal nog lang niet klaar is, blijkt wel uit alle afdakjes, beschermende doeken en vers gegraven sleuven in de grond.
Verder is het heel aardig om te zien hoe in de vroege middeleeuwen die zelfde aanhangers van JC een kerkje dwars over en door de tempelopgraving heen gebouwd hebben. Ook dit kerkje is weer een ru´ne en grotendeels verdwenen, maar haar grondpatroon vind je dan weer kriskras over de Griekse en Romeinse resten heen. Van de originele orakelsprekende eikenboom is uiteraard niets meer terug te vinden en de nu aldaar groeiende boom is er een van een veel latere oorsprong. Dat moet ook wel, want onze dames hebben geen enkel antwoord van hem gehad op hun vragen. Hoe goed zo ook luisterden. Misschien dat het orakel van Delfi straks wat spraakzamer zal zijn.
Op de terugweg zijn we even voorbij de universiteitsstad van Ioannina (op de een of andere manier moet ik dan echt weer aan Aart Staartjes denken met zijn 'Universiteit van Harderwijk') gestopt bij een enorme Champion supermarkt (N 39░38.048; E 020░51.009) om daar voor de komende drie dagen weer eens flink levensmiddelen in te slaan. Heerlijk zo'n gigant, waar je echt weer alles kunt krijgen. De bank- en koelkasten zijn weer bomvol. Dus we moeten er weer even tegen kunnen. Onze brouwer doet goede zaken met ons.
De dames zwemmen nu in het meer met wat andere kinderen, Wendy slaapt onder een plataan aan de kade, en deze jongen gaat zo zijn eerste pilsje pakken en de bbq voorbereiden om dan daarna eens diepzinnig na te denken over de tocht van morgen naar de Vikoskloof.
 
Zaterdag. We zijn vandaag bijtijds opgestaan en opgebroken. Rond negen uur liepen we al bij de grotten van Perama (N 39░41.810; E 020░50.880). Dit dorpje ligt slechts op 10 minuten rijden van de camping, net even achter het vliegveld van Ioannina. Parkeren kun je het beste op de aanrijroute even buiten het dorp langs het meer en van daar uit is het vervolgens minder dan 5 minuten lopen naar de ingang van de grotten. In het dorp kun je de auto echt nergens kwijt en keren met een camper behoort er helemaal al tot de onmogelijkheden. Bij de grotten moesten we 20 minuten wachten en toen vertrokken we met onze privÚ-gids door een nauwe deur in de bergwand. Volgens mij worden deze grotten toch niet echt veel bezocht. De wandeling door de diverse grotten en kamers duurt ongeveer een uur en laat inderdaad prachtige ruimtes zien met de stalactieten en -mieten. Uiteraard krijgen de uitzonderingen daar, net als bij alle andere grotten, van die prachtige fantasienamen. Je ziet er kaarsen, St. Nicolaas, het kruis, de hooiberg en nog veel meer. De vochtigheid is er 100% en de temperatuur een aangename 17 graden. Heel leuk om te zien zijn de zeldzame blinde en dove spinnen (5 tot 10 cm) die er leven van de poep van de vleermuizen. Ze hebben enorme voelsprieten (wel drie keer hun lichaamslengte) om de zaak af te tasten. Er schijnen ook nog minischorpioenen te leven, maar die hebben we niet kunnen vinden. Fotograferen mag in de grot alleen onder bepaalde restricties en slechts in bepaalde ruimtes. Dit heeft te maken met de bescherming van de groei van de druipsteengrotten (ze zijn ook verlicht in geel licht, zodat alle tinten wegvallen). Al met al is Perama een bezoek zeker waard.
 
Hierna ging de tocht een stuk verder richting Monodendri in de Vikoskloof. We parkeerden de camper eerst maar in het dorp om vandaar uit de wandeling te ondernemen naar de Vikoskloof. Nou bleek al heel snel, dat de weg ernaar toe niet echt heel leuk is (steenslag, stoffig, steil en met weinig wandelplezier), dus ben ik na anderhalve kilometer omgedraaid om alsnog de camper te gaan halen. De dames zouden een boom opzoeken om daar in de schaduw op mij te wachten. Al met al heb ik ze dus nooit zien zitten en ben ik ze met de camper straal voorbij gereden. Na een kilometer zigzaggen en uiteraard ver voorbij het punt dat ik ze had moeten oppikken, ben ik uiteindelijk toch maar gestopt en uitgestapt om te kijken waar de dames gebleven waren. Stonden ze dus mooi enkele honderden meters lager op de berghelling en hadden tot hun verbazing mij voorbij zien rijden, zonder dat ik reageerde op hun geroep en geschreeuw. Uiteindelijk gezamenlijk toch maar verder gereden in de eerste versnelling om uit te komen bij een van de mooiste uitzichtpunten, die ik ooit gezien heb. En de dames waren het unaniem met me eens. De kloof (N 39░53.001; E 020░44.697) is hier een kilometer diep, een kilometer breed en tien kilometer lang. Als je een steen naar beneden gooit, dan duurt dat eindeloos en verdwijnt hij zelfs (ook met een verrekijker) geheel uit het gezicht. Het is dan ook echt te hopen dat er beneden geen wandelaars waren, want die zouden dood gekogeld zijn met onze stenen. Vanuit het centrum van Monodendri hebben we vervolgens nog een wandeling van ongeveer 3 kilometer gemaakt naar het kloostertje Agia Parasakevi. De wandeling er naar toe en het kloostertje zelf zijn weinig spectaculair, maar het vervolg: het geitepaadje naar de kluizenaarsgrotten toe, dat is echt formidabel. Via een richel van maximaal 60 cm (soms zelfs maar 40 cm) en een uitzicht naar beneden toe van meer dan 800 meter, kom je met een wee gevoel in je maag bij de (met een poort afsluitbare) grotten terecht. Daar is verder niets te doen, maar de wandeling op zich en het uitzicht hier op de afgelegde weg is uniek. Zeker niet aanbevelenswaardig voor mensen met een zwak hart of gestel. Maar we hadden het niet graag willen missen.
 
Laat in de middag reden we door in de richting van Mikro Papigo. Voor het kerkje langs van het daarvoor gelegen dorpje (Megalo Papigo) moet je door een nauw straatje. Dat is even manoeuvreren maar dan ook verder enorm de moeite waard. Want na pakweg anderhalve kilometer kom je bij een bruggetje met een kleine parkeerplaats (N 39░58.338; E 020░43.572) in een haarspeldbocht. De rivier lijkt er leeg, maar als je de weg oversteekt en het geitepaadje naar boven volgt, vind je dus echt de allermooiste zwemgelegenheid van het nationale park 'Vikos Aoos'. Het riviertje heeft zich hier loodrecht een weg door het berglandschap heen gevreten en daar allemaal watervalletjes en 'badjes' uitgehold en gevormd. Het water is van een uitzonderlijke temperatuur en het sterft er van de kikkertjes, padden en vogeltjes. Op het parkeerterreintje hebben we overnacht in een koele nachttemperatuur. Zonder airco op deze hoogte en in de zuivere berglucht is het goed uit te houden daar.
 
Na het ontbijt zijn we nog een paar uur wezen poedelen. Dieuwer paste op de zwemspullen en ik ben met de rest van de meiden een 'survival' door de rivier naar boven begonnen. Kruipdoor - sluipdoor met veel klim- en klauterwerk vonden we allerlei mooie hoekjes en de meest prachtige watervalletjes met allerlei soorten kikkers er om heen. Goed voor een kreet af en toe, als er een te dicht bij een van de dames kwam. Op de terugweg gleed deze jongen uiteraard een keer lekker uit en belandde al stuiterend met zijn goddelijke lichaam een dikke meter lager in het water, maar bezeerde gelukkig niks. Je zult in zo'n afgelegen gebied maar een poot breken; dan ben je mooi in de aap gelogeerd. Voor de lange afstandwandelaars beginnen hier overigens diverse schitterende dagtochten, waaronder een naar het zogenaamde prachtige Drakenmeer (Drakolimni). Vergeet dan echter niet, dat de wandelingen veelal acht tot tien uur duren en dan slechts one-way zijn. Om terug te komen moet je dan wel wat onderzoek doen m.b.t. taxi - of busdiensten o.i.d. Voor ons is dat echter geen haalbare kaart en wij rijden dan ook rond half vier weer richting de uitgang van de kloof. Daar hebben we nog bij de rivier even voor het plaatsje Aristi (N 39░56.702; E 020░41.312) onder een hoge brug gepicknickt. Brecht en Veerle ondernamen uiteindelijk de duik in het echt ijskoude water (4 graden). Ze kregen daarvoor applaus van diverse Franse toeschouwers, die dit eigenlijk ook wel wilden, maar niet durfden vanwege de lage temperatuur. Een gevolg was wel, dat Veerle nadien met sokken aan in de camper zat, zo koud had zij het. En dat ondanks de ruim 35 graden die we hier hebben. Uiteindelijk is Veerle nu degene die als enige haar sokken een keer gebruikt heeft deze zomer.
Jammer is dat de overheid of het parktoezicht hier op deze plek bij Aristi geen faciliteiten biedt. Het gevolg is gewoon, dat iedereen zijn behoefte doet in de struiken en dat er enorm veel zwerfafval blijft liggen. Zonde. Een simpel wc-huisje is toch zo neer te zetten, en een afvalbak is ook zo te plaatsen. Waarschijnlijk liggen de prioriteiten elders in dit land.
 
Na deze afkoeling begon voor ons de tocht der tochten. De 'Moeder aller Tochten' om het maar eens zo te zeggen. De rit terug richting Ioannina dat ging nog wel en was eigenlijk zo gepiept, maar het vervolg via de noordzijde van het meer en de hoogvlaktes rond Metsovo naar Kalambaka, waar we nu zitten, is in mijn ogen een regelrechte dodenweg. Honderdvijftig kilometer in ruim drie uur. De eerste 10 kilometers zijn alleen maar haarspeldbochten en uiteindelijk moet je de Katarapas over, die op ruim 1800 meter ligt. De Primatours werden met tientallen uit hun strips gedrukt om deze tocht zonder kotsen vol te houden. Overigens was het daar echt koud op die hoogte en hebben we zelfs even de ramen dicht gedaan om de warmte binnen te houden. De hele weg is van een slechte kwaliteit en staat bol van het verkeer; veelal trage en stinkende Bulgaarse vrachtwagens. Kortom het schiet geen donder op. Uiteindelijk moet je drie grote bergkammen over en kom je nadien dus helemaal gaar, ziek, zwak en misselijk in Kalambaka aan. Je kunt echt je concentratie niet een maal laten verslappen, want het merendeel van de haarspeldbochten over en in de kloven kent geen vangrails, maar wel naastgelegen ravijnen van honderden meters diep. Regelmatig zie je dan ook nog wel eens wat restanten van wat ooit auto's of vrachtwagens geweest zijn. Soms kun je elkaar niet eens passeren in zo'n bocht en moet je op elkaar wachten.
 
Rond half acht arriveerden we uiteindelijk helemaal gaar in Kalambaka en zochten we Camping Meteora Gardens op (N 39░42.517; E 021░36.582). Een kleine goed betaalbare familiecamping langs de overigens redelijk luidruchtige doorgaande weg, maar je staat er leuk onder de bomen en de voorzieningen zijn er uitstekend. Keurige douches, wc's schoon, leuk zwembad en een uitermate betaalbaar restaurantje. Vanuit het zwembad heb je uitzicht op de machtige stenen zuilen, waar de Meteorakloosters op staan. We zijn later ook nog langs de andere campings gereden en die zijn veelal een stuk kleiner, hebben meer volle zon en hele scheefliggende percelen en liggen uiteindelijk merendeels ook weer langs dezelfde drukke doorgaande weg. Wel hebben ze allemaal een zwembad en dat heb je daar ook gewoon keihard nodig in die zinderende hitte. Verbazingwekkend dat alle campings voor minder dan de helft gevuld zijn. Volgens onze serveerster van het restaurantje komt dat omdat alle Grieken in deze hete zomermaanden massaal de kust en de zee opzoeken en de westerlingen (met name de Duitsers) het dit jaar een beetje laten afweten. Misschien dat ook de hittegolf, die hier nu al zo'n drie maanden aan de gang is en uitgebreid in het nieuws geweest is, hier debet aan is. 's Avonds hebben we er in ieder geval uitstekend gegeten (en uiteraard ook Retsina gedronken). Vooral de gebakken kaas in een of ander beslagje is er ontzettend lekker.
 
Maandag. De wekker rinkelt om kwart voor acht. Vandaag staat een bezoek aan de Meteora kloosters gepland. 'Meteora' betekent 'in de lucht hangend' en dat slaat uiteraard op die prachtige kloosters uit de 14e - 16e eeuw, die daar op rotsen zuilen staan. Onbereikbaar in de Middeleeuwen voor vriend en vijand, maar nu geheel ontsloten voor alle bezoekers. Dus ook voor Mek en consorten.
Tot mijn grote verbazing is de hele hut al actief als ik van het scheren terugkom. Dat is echt nog niet eenmaal eerder voorgekomen tijdens deze vakantie. Na het ontbijt met vers en nog warm brood, konden we dus vrijwel meteen op pad met als gevolg, dat we al om negen uur bij het eerste klooster stonden.
Vanuit de verte ontwaart men al een massa enorme, donker grijze rotsblokken en zien we de rotspilaren waarop de Meteorakloosters liggen. De gemiddelde hoogte vanaf het dal, met de in de zomer bijna leegstaande rivier de Pinios, is 300 m. Vanaf de 10e eeuw gingen kluizenaars hier in rotswoningen en holen wonen. Van de 12e eeuw af hebben monniken de rotspilaren beklommen en zijn er gaan wonen. Zeker is dat er in de 15e eeuw al veel klooster waren. Drie eeuwen bleef deze gemeenschap bloeien, totdat in de 18e eeuw het verval inzette. Toen namelijk werden hen de landbouwgronden afgenomen, de voornaamste bron van inkomsten.
Zes kloosters bestaan er nu nog. De andere zijn bouwval of ru´ne of kunnen vanwege verzakkingen van de rotsen niet beklommen worden. Er loopt een asfaltweg vanuit Kalambaka die om de zogeheten Zwarte Rots heen draait naar het dorpje Kastraki. Te voet kan men ze ook bezoeken, maar dan moet je er wel een hele dag voor uittrekken.
De bodem tussen de rotsen is begroeid met eiken, moerbeien, cipressen en groen blijvende struiken. De rotsen, die uit het dal oprijzen, zijn met verticale en horizontale banden gekerfd. Deze erosie is veroorzaakt door eeuwen lange afvoer van regenwater. De horizontale zouden veroorzaakt zijn door de golven van het meer van ThessaliŰ, dat hier ooit gelegen heeft. Men denkt dat ongeveer 60.000 jaar geleden water, dat in een afgesloten meer zat, zich door een opening geperst heeft en naar de Ege´sche zee gestroomd is. Hierdoor zou het huidige gebied zo gevormd zijn.
Op de heenweg naar het eerste klooster, zagen we al diverser rotswoningen van voormalige kluizenaars die met ladders en touwen tegen de steile wanden opklommen. Daar gingen ze met God om en kastijdden ze zich. Een keer per week verlieten de kluizenaars de holen en woonden aan de voet van de rots, in een wit kerkje, een eredienst bij.
Het is maar goed dat die lui niet vaker naar beneden behoefden te komen, want ondanks het feit, dat het 's ochtends nog niet al te warm is, ben ik toch al weer heel snel zeiknat bezweet van de beklimming vanaf de parkeerplaats. Ik heb met de dames afgesproken, dat we drie kloosters zouden gaan bezoeken. Je moet ze ook weer niet overvoeden; stel je voor dat ze het leuk gaan vinden en er nog meer willen zien. Dat overleef ik niet. De kloosters liggen op loodrechte zuilen van rotsen en bieden de kluizenaars en monniken sinds de 14e eeuw bescherming tegen onverlaten. Behalve natuurlijk tegen de familie Mekking, want die komt overal. We bezochten de Ayou Nicolaos Anapafsas (15e eeuws); het Groot Varlaam (16e eeuws); en het oudste van allemaal: het Groot Meteora Klooster (14e eeuws). De fresco's van deze drie kloosters waren nog net zo mooi als 25 jaar geleden, de trappen waren nog net zo lang en steil en het koude water uit de veldflessen nog net zo lekker. Wat we echter 25 jaar geleden met onze rugzak op de rug deden (wandelend van Kalambaka naar alle kloosters en terug), hebben we nu overheerlijk in alle luxe met de camper gedaan. Een beetje laf misschien, maar toch wel erg lekker. Vooral als je het allemaal zo vroeg doet en de koperen ploert nog niet volop staat te branden. De (voor ons nieuwe) parkeerterreinen zijn allemaal nog leeg, er staan geen rijen voor de kassa's (alle kloosters 2 Euro per persoon) en je kunt overal nog bij. Rond twaalf uur, toen wij het voor gezien hielden, kwamen de grote touringcarbussen van alle kanten aan en stonden de toegangswegen naar boven toe volledig vast met rijen bussen en ander verkeer. Daar wil je op het heetst van de dag dan toch echt niet tussenzitten. De eenzaamheid die de monniken en nonnen honderden jaren ervaren hebben, is nu toch wel echt heel ver te zoeken. Wendy kon het echt niet bevatten, dat dit zo veranderd is in al die jaren. Zelfs de monniken en nonnen, die we toentertijd nog volop zagen, vind je al helemaal niet meer terug. Het zou me verbazen als ze er nog daadwerkelijk zijn. Ook de voorbereiding die sommige mensen treffen om hier een bezoek te brengen, laat nog al eens te wensen over. Hoe haal je het in je hoofd om in korte broek en een hemdje met spaghettibandjes te komen? Gevolg is wel, dat sommige mensen onverricht ter zake weer terug konden zonder ook maar iets gezien te hebben. In het gunstigste geval kijgen ze bij de grotere kloosters een overbroek of -jurk aan. Je loopt dan meteen wel als figurant in de een of andere film van Asterix en Obelix en dat werkt bij iedere andere bezoeker meteen op de lachspieren. Als je alle zes de kloosters wenst te bezoeken, dan moet je een tweedeling maken: 's ochtends drie en 's middags na half vier de overige drie. En dan moet je nog goed uitkijken ook, want gemiddeld genomen is er altijd wel een klooster gesloten door de week heen.
 
Klooster Varlaam.
Is via 195 treden, uitgehouwen in de rotsen nu veilig bereikbaar. Ook hier is de refter als museum ingericht. Er zijn veel iconen, liturgische voorwerpen en fraaie manuscripten. Van de iconen valt op: Maria met Kind, omringd door engelen en apostelen. De Kloosterkerk, met twee koepels bevat veel fresco's. Ze zijn in de 18e eeuw gerestaureerd. Ze beelden taferelen van hoogtijdagen uit. Ook zien we portretten van de stichters van het klooster de gebroeders Theophanes, de wit bebaarde asceet, en Nektarios. In een van de voorraadkamers staat een vat van zes meter hoogte met een doorsnede van bijna twee meter. Het hijsmechaniek staat in een schuurtje.
 
Klooster van Groot Meteoron
Via 115 steile en onregelmatige traptreden, in de rots uitgehouwen zijn we naar boven geklommen. In de houten schuur aan de rand van de afgrond wordt het 37 m lange touw bewaard en de lier waarmee mannen en voedsel naar boven werd gehesen.
Het klooster is gewijd aan de Transfiguratie, verheerlijking, van Christus. Centraal staat er de Metamorphosiskerk. Dit is een kruisbasiliek en behoort tot het mooiste gebouw van het klooster. Er zijn mooie fresco's te zien. Ze stellen voor: Laatste Oordeel, Athanasios, de stichter van het klooster, martelaren met aureolen en Romeinse soldaten die de martelaren doden. De iconostase, met veel dier- en plantmotieven, bestaat uit verguld houtsnijwerk.
Tegenover de kerk, aan de overkant van een hof met cipressen, ligt de refter. Hier werden de grote wijnvaten opgeslagen, die via touwen naar boven waren gehesen. Water werd opgevangen in de rotsen uitgehouwen reservoirs. De gerestaureerde refter is nu museum. Er zijn prachtige handschriften, iconen, kruisbeelden, lijkwaden, kelken, evangeliŰn, bisschopsstaven, miniaturen, zegels en oorkonden te zien. Van de zuidoosthoek van het klooster heeft men een prachtig gezicht op de rotspartijen rondom het klooster.
 
In Kalambaka, in een plaatselijke (wel wat kleine) supermarkt, hebben we nog wat inkopen gedaan en rond 14.00 uur lagen de dames in het zwembad en ben ik onder de plataan voor de camper weer eens aan dit verslag verder gegaan. Brecht heeft van mij een foto gemaakt, zodat ik toch ook weer eens op een plaatje kom. Straks ga ik de planning nog eens doornemen voor het vervolg van de reis om te kijken of ik de lengte van de ritten naar Pilion wat kan inkorten. De afstanden zijn in verhouding tot de kwaliteit van de wegen misschien wat aan de lange kant. Morgen zou ik naar de oostkust van Griekenland willen gaan, maar of we dat halen, dat zal de tijd moeten leren.
 
Woensdag. Al met al viel de rit via Trikkala en Larissa naar het schiereiland Pilion erg mee. Je rijdt voornamelijk over tweebaanswegen door een vlak en groen gebied heen. De route is misschien wat saai maar schiet wel lekker op. Links en rechts zie je voornamelijk aardappelvelden, tabaksplantages en ma´svelden. Even voorbij de grote kruising in Trikkala hebben we bij een grote supermarkt weer e.e.a. ingeslagen. De bank- en koelkasten zitten weer vol voor de komende dagen. Bij Larissa hebben we in plaats van de tolweg naar Volos (waar je overigens op het eerste de beste pompstation LPG kunt tanken), de binnendoorweg (nr. 6) gereden. Prima weg van een goede kwaliteit, gratis en goed voor ruim 100 km per uur. Vanuit de camper had ik even gebeld naar Camping Sikia in Kato Gatzea (N 39░18.604; E 023░06.589) en gemeld, dat we kwamen. Overigens is de hele kuststrook van het schiereiland Pilion onder Volos volop bebouwd met campings, zodat een plekje in dit gebied altijd wel te vinden moet zijn. Het enige nadeel van Pilion is, dat je altijd door de havenstad Volos heen moet en dat schiet niet bepaald op. Afgelopen winter had ik bij deze camping via het Internet info aangevraagd en deze ook inderdaad keurig ontvangen met een persoonlijk briefje erbij. De twee dames die de toko hier beheren, hebben het goed voor mekaar. Wij staan bijna op het eind van de camping op het (echt waar) allermooiste plaatsje van het hele terrein. We hebben een ruime plek met een eigen overhellende rotspunt waar we de picknicktafel op hebben staan onder een olijfboompje. Daarvandaan kijk je rondom uit over zee en vang je net even dat broodnodige zeebriesje op. Want het is hier warm. Niet gewoon warm, maar echt heel erg warm. De airco en de koelkast trekken het nu nog maar amper. In de camper kwam het afgelopen nacht, ondanks een volop draaiende airco, zeker niet beneden de dertig graden. De koelkast zuigt buiten dusdanige warme lucht aan dat deze vorm van koeling weinig tot niets meer biedt. Je ziet dan ook bij alle caravans dat men de roosters verwijderd heeft om maar zoveel mogelijk de zaak door te luchten. Ik heb vanochtend zo'n 5 volts computerventilatortje in mekaar zitten flansen. Die loopt nu op de losse powerpack en blaast lucht door de achterkant van de koelkast. Dat werkt formidabel, want alles blijft nu weer goed gekoeld en de Retsina is echt ijs- en ijskoud. Wat betreft de koeling in de camper heb ik gewoon nu alle ramen van begin af aan geblindeerd, zodat er absoluut geen zonnestraaltje meer naar binnen kan. De airco staat op maximaal en nu blijft het in de camper heerlijk rond de 25 graden hangen. En dat is echt koel, vooral als het buiten dik in de veertig is. Zo zie je maar weer: het blijft allemaal relatief.
 
Zoals ik meldde, kijken we hier uit over zee. Uniek en heerlijk rustig. Uiteraard zijn er zat plekken, waar je weer hutjemutje staat (volgens mij zoeken sommige mensen dat ook gewoon op), maar daar hebben wij helemaal geen last van. De dames hebben een luchtbed gekocht en dobberen en snorkelen er wat op los. Wij hebben een privÚ trap naar beneden met daaronder ons eigen prachtig rotsachtig strandje met de meest mooie vissen, krabben in allerlei kleurtjes en zeeanemonen. Het water is gewoonweg pislauw (dat zal echt achter in de twintig graden zijn) en glashelder. Gewoon een genot om in te zwemmen. Heycke heeft last van haar hormonen en loopt de godganse dag te flikflooien met een Duits jochie. Het zal de leeftijd wel zijn en er bij horen, maar moe wordt je er wel van.
 
De voorzieningen op deze middelgrote camping zijn bijzonder goed. Veel douches, wc's en een goed winkeltje met betaalbare basiszaken. Ook is er een gezellig restaurantje met een eenvoudige en betaalbare kaart. Het dorpje zelf biedt een klein supermarktje, een paar groente- en fruitkraampjes en een behoorlijk goed uitgeruste drankenwinkel. De echte grote boodschappen zullen in  Volos (pakweg 25 km) gedaan moeten worden, maar dat is niet echt noodzakelijk. Daar zijn in het centrum van deze behoorlijke havenstad wel enkele grotere supermarkten. De caravans en campers staan hier op het terrein allemaal op redelijk schaduwrijke plekken onder de olijfbomen en bijna overal zijn stroom-  en drinkwaterpunten. Voor de ingang is er een groot eigen privÚ zandstrand en de rest van de camping heeft rotsachtige inhammen, waar je via trappen kunt komen en prachtig kunt snorkelen en duiken.
 
Vandaag en morgen zijn echte stranddagen om veel te luieren, dus voorlopig zal er weinig of niets te melden zijn. Al naar gelang de snelheid van toenemende verveling bij de dames, zal het mij er pas doen toe besluiten om hier op te breken. En dat zal dan met een lichte pijn in het hart zijn, want het is hier echt uniek. Wat een rust. Je relaxed je hier helemaal suf.
 
Donderdag, 31 juli. De dames zijn aan het zwemmen en snorkelen, Wendy doet de was en ik heb weer eens een beetje dit verslag bijgewerkt. Overal rond mij heen zie je buiten de kussens van caravans en campers liggen drogen in de zon. Gisterenavond hebben we namelijk eens een tropische bui mee mogen maken en veel mensen hadden hun dakluiken wagenwijd open. Het viel echt binnen no-time met bakken uit de lucht en de hemel was rondom helemaal verlicht met bliksems. We hadden de luifel snel ingedraaid, omdat ons plekje toch wel redelijk onbeschermd vanaf zee ligt. Een windvlaag en de hele boel zou kunnen afbreken. Gelukkig niet het geval. De dames gingen binnen zitten ezelen en hartenjagen, terwijl pa zich moederziel alleen zeiknat liet regenen buiten terwijl hij de spullen veilig stelde. Op een gegeven moment was ik zo nat, dat het allemaal toch niets meer uitmaakte en ik gewoon buiten mijn Retsina opdronk in de hozende regen. Het was ook voor het eerst dat ik kippenvel kreeg. Zo koud was de regen, maar het spoelde dan ook echt met rivieren over de paden heen. Uiteindelijk duurde het nog geen uur en beperkte het slechte weer zich verder tot weerlichten op het vaste land. Dat konden wij inmiddels verder heerlijk aanschouwen onder onze luifel vandaan en onder het genot van een glaasje Ameretto van Zina. Vandaag ga ik eens verder uitzoeken, waar we vanavond uit eten gaan (de dames vinden het hier weer eens tijd voor), en hoe we bij het station van Lechonia kunnen komen om met het befaamde bergspoortje naar Milies te komen. Eigenlijk zou je voor dit gebied een motor bij je moeten hebben om met z'n tweetjes lekker te touren en het binnenland via die kleine bergweggetjes te bezoeken. Maar ja, dat is met zoveel mensen in zo'n grote camper als de onze eigenlijk niet te doen. Onze tijd komt wel.
Laat in de ochtend hebben Wen en ik een wandeling gemaakt. De dames waren lekker aan het poedelen, dus wij zijn met z'n tweeŰn en de rugzak afgedaald naar het strand. Het dorpje stelt dus echt helemaal niets voor: een paar vreettentjes die met hun tafeltjes en stoeltjes op de kade staan (wat er overigens wel heel gezellig uitziet) en aan het andere eind van het dorp aan de hoofdstraat een kleine supermarkt, waar alles (beperkt) verkrijgbaar is. Tevens is er een drankenwinkeltje en wat klein spul voor lokale artikelen als olijven, olie etc. Ik heb bij de beheersters ge´nformeerd voor het treintje van Lechonia naar Milies, maar dat rijdt alleen maar in de weekenden. Al naar gelang de dames zich vandaag vermaken, zal ik wel zien hoe we dit gaan doen. Volgens hun zeggen is het het beste om er met een taxi heen te gaan, omdat je er helemaal geen parkeergelegenheid hebt. Zaterdag om 11.30 uur vertrekt het treintje en het schijnt dat je in Milies heel mooi kunt wandelen. Ook de route van het treintje schijnt heel goed bewandelbaar te zijn, maar dat moet je dan wel in die hitte kunnen volhouden. We zien wel. Nu vind ik het eerder tijd voor een pilsje en een duik in het verkoelende (hopelijk) water.
 
Zaterdag. Vandaag zijn we dus met het treintje naar Milies geweest. Vanochtend tijdens het ontbijt kwam een van de beheersters aangewandeld om te vertellen, dat onze taxi er om 10.45 uur zou zijn. Dat gaf ons nog een kwartiertje meer respijt voor het ontbijt. De taxi reed ons naar het stationnetje in Lehonia. Parkeergelegenheid is er inderdaad amper en met een camper kom je die straatjes al helemaal niet in. Goed advies dus om dit met een taxi te doen. Kosten voor 6 personen in een dikke Mercedes waren Euro 8. Het tarief voor het treintje werd heel anders bepaald (waarschijnlijk is de tijd die je op het traject doorbrengt hier bepalend voor de hoogte van het tarief). Net als in Diakopto op de Peleponnesos wordt dit traject dus gewoon door de staatsspoorwegen geŰxploiteerd. Dat houdt in dat je meteen al te maken krijgt met bureaucratie en rijen mensen die op hun beurt staan te wachten (zorg dus ook dat je echt op tijd aanwezig bent). Kaartjes komen niet van de rol of worden niet met een stempel gemaakt, maar daadwerkelijk alle geheel met de hand uitgeschreven. Uiteraard weer door iemand, die werkelijk geen woord over de grens spreekt. De kosten zijn Euro 12.90 voor volwassenen en 8.50 voor de jeugdigen onder ons en er worden alleen maar retourtjes verkocht. Al met al voor ons toch even 60 ballen en dat is toch best wel veel geld. Denk je dan. Maar dat valt allemaal achteraf dan weer reuze mee. Je krijgt er 2x anderhalf uur treingenot voor, die een rit in de Python van de Efteling evenaart. Smalspoor, houten banken, zweet op je voorhoofd en de topsnelheid van een schildpad. Maar wel prachtige vergezichten, steile beklimmingen, diepe valleien, hoge bruggen en ga zo nog maar even door. Via een tussenstop van een kwartier in Ano Gatzeo (daar moeten de 5 personeelsleden van de Griekse staatsspoorwegen even bijkomen van hun noeste arbeid) kom je dan na anderhalf uur in het pittoreske Milies aan. Iedere overgang onderweg wordt luid toeterend benaderd en iedere keer springt er een man van de lok af om het eventuele verkeer tegen te houden. Alsof je naar halverwege de 19e eeuw terugkeert. En dat is gewoon echt de moeite waard. De trein wordt vervolgens onder grote belangstelling in Milies op het stationnetje met mankracht op een draaiplateau omgekeerd en daarna zijn wij naar het dorpje gewandeld, dat ongeveer een kilometer of anderhalf verderop ligt. Prachtig groen, mooie tuinen en superveel bloemen en fruit aan de planten en bomen. Op het dorpspleintje hebben we even een drankje genuttigd en toen het aanliggende kerkje binnengewandeld. En dan weet je dus echt niet wat je ziet: prachtige fresco's van het Laatste Oordeel in het voorportaal, met op de zijwand een dierenriem en de levensloop van de mens (van kind tot grijsaard). De aangelopen koster, die voortreffelijk Engels spreekt en familie in Leeuwarden en Rotterdam heeft, deed voor mij de deur naar de kerk open en toen viel dus echt mijn mond open. En dat, moet ik zeggen, gebeurt niet gauw. De hele kerk is beschilderd van onder tot boven met de mooiste simpele fresco's en hangt boordevol iconen en het prachtigste houtsnijwerk. Echt helemaal vol. Zo uniek, dat je dit dus eigenlijk gewoon niet missen mag. De goede man gaf tekst en uitleg en begon vervolgens speciaal voor mij nog een cantate van Bach te zingen om aan te geven hoe goed de akoestiek hier wel niet was. Dat komt door de 5 (lege) bronnen onder de kerk en de speciale bouw van de nissen en koepels. Die versterken alles, en inderdaad het geluid is magnifiek. Verder leuk gebabbeld met de man en uiteindelijk moesten alle dochters voor hem komen opdraven, want vier meiden dat was toch wel erg veel en dat wilde hij graag met eigen ogen aanschouwen. Gewoon hartstikke leuk en een unieke ervaring.
De wandeling verder door het dorp is gewoonweg uniek en de moeite waard. Hier doen de mensen nog boodschappen op een ezel. Bij een bronhuis uit de 17e eeuw hebben we ons broodje gegeten en om de hoek van het bronhuis vond Veerle nog even en passant een nestje met jonge hondjes. De ohh's en de ahh's waren uiteraard niet van de lucht.
Om half vijf reed het treintje weer terug en nu hadden we ons strategisch opgesteld in het een na laatste wagonnetje. Dan kun je de trein voor je de bochten in zien gaan en mooiere foto's maken tijdens de rit. Bij aankomst in Lehonia kwam onze taxi weer mooi aanrijden en lieten we de andere liefhebbers voor een soortgelijke vervoersmiddel achter ons. Dat is nou het voordeel als je tijdens de heenreis de chauffeur vraagt om ons bij terugkomst van de trein ook weer op te pikken voor een retourtje naar de naar de camping.
Net hebben we even een verfrissende duik genomen en zodadelijk gaan we lekker uit eten. Het schijnt dat het restaurant vanavond muziek met een bazouki heeft, dus dat zien we allemaal wel weer.
 
Dinsdag. Op de achtergrond heb ik de herrie van een achtbaans autoweg in het centrum Athene en de twee oudste dames zitten aan een Breezer, terwijl Wen begint te blŔren om een aantal afgewassen artikelen. Brecht begint vervolgens te blŔren dat ze in een naaktslak grijpt. Circus kompleet dus. Kortom we staan in een van de grootste hoofdsteden van Europa. En dan vraag je je af: hoe kom je hier? Gewoon met de camper dus. En het is duidelijk, ik heb gewoon een behoorlijke achterstand opgelopen in het bijhouden van dit verslag.
Van Kato Gatzea zijn we via Volos, Lamia en de kustlijn richting het zuiden gereden. Al met al viel de rit erg mee. Merendeels autobaan en van een goede kwaliteit en dus zijn we redelijk snel opgeschoten. Af en toe houdt de snelweg er mee op en rij je gewoon weer op ouderwetse tweebaans wegen, maar over het algemeen was de kwaliteit zeer acceptabel. De omgeving is vrij saai: veel kale velden die blijkens de zwarte asresten regelmatig afgefikt worden.
 
Rond drie uur kwamen we aan in Ramnous. Camping Ramnous (N 38░07.881; E 024░00.431) ligt in de directe omgeving van Ramnous aan de oostkust van Attica. De via het Internet aangevraagde folder van de camping beloofde heel wat: zwembad, strand, restaurant, minisupermarkt en nog veel meer. Nou, niets is minder waar: al met al is dit een ranzig gebeuren, met een leeg zwembad, geen supermarkt en het restaurant is niet meer dan een onooglijke snackbar met een zeer beperkte keuze uit drie kant en klaargerechten. De zee was er prachtig, maar het strand uitermate vervuild met allerhande rotzooi, met name een overvloed aan sigarettenpeuken. Als dat nog niet echt slecht was, dan hoef ik alleen maar de toiletten en de douches te vermelden. Stinkend en volgens de professionals zeker de afgelopen twee dagen niet schoongemaakt. Gewoon vermijden dus. En voor ons genoeg aanleiding om direct de dag erop heel snel verder te gaan. Door bij de directie mijn beklag te doen bij het afrekenen, kreeg ik overigens onmiddelijk een korting van 10 Euro. Later zal blijken dat dit de allerslechtste camping van de reis geweest is.
 
In de ochtend zijn we naar de opgravingen van de tempel van Ramnous (N 37░55.548; E 023░59.589) gaan kijken. Behoorlijk afgelegen, weinig informatief, beperkt toegankelijk. Je vindt er de overblijfselen van twee tempels, waarvan je alleen de tempel van Nemesis kunt bezoeken. Ramnous was in de oudheid van belang vanwege zijn haven, maar daar kun je als bezoeker niet komen i.v.m. de werkzaamheden en opgravingen op het terrein. Het uitzicht over de zee is formidabel, maar daar is wat betreft dit terrein verder ook alles mee gezegd.
Meestal staat men hier alleen, want zo veel bezoek krijgt deze archeologische plek niet. Toch gaat het hier niet alleen om een grondvlak van de Nemesis-tempel en de muur van de Themis-tempel. Het is vooral de ligging van het voormalige complex die van deze plek een interessant oord maakt. In de 6de eeuw v. Chr. vonden op deze plaats al erediensten plaats voor twee verwante godinnen. De ene godin was Nemesis, dochter van de Nacht en godin van de wrekende gerechtigheid. De andere godin die hier werd vereerd was Themis, de godin van het recht en van wet en orde. Zij werd afgebeeld met blinddoek, weegschaal en zwaard. De kleine tempel die van grote blokken steen was gemaakt, werd gebouwd aan het einde van de 6de eeuw v. Chr. Slechts twee Dorische zuilen maakten deel uit van de tempel. Daarnaast ligt het veel grotere grondvlak van de Nemesis-tempel waaraan men in 436 v. Chr. begon te bouwen. Vermoedelijk was de architect van het heiligdom dezelfde als die van het Hephaisteion te Athene en van de Poseidon-tempel in Sounion. In de tempel stond een beroemd beeld van de godin dat was gemaakt door Agorakritos, een leerling van Pheidias.
Langs beide tempels liep de weg naar de akropolis van Ramnous. Een eindje verderop liggen wat graven. In het verleden liet men zich hier bij voorkeur begraven in de buurt van het heiligdom van de godinnen die de juiste maatstaven aangaven in het leven. Op het terrein groeien nu op meidoorn gelijkende ramnosstruiken. In de oudheid gebruikte men de bessen ervan voor het vervaardigen van tegengif bij slangebeten. De oude stad lag aan zee, op ongeveer 10 minuten loopafstand van de tempels. Met enige moeite kunnen we er nog de contouren van een theater zien. Maar wat er van de bouwwerken, die hier eens zijn geweest, bewaard bleef is eigenlijk uitsluitend voor echt ge´nteresseerden van belang. Wat wil je nog meer? Eigenlijk kun je Ramnous gewoon overslaan, want de lange rit erheen rechtvaardigt eigenlijk niet wat men je daar te bieden heeft.
Het enig dat op dat moment grappig was, is de aanleg van de kano- en roeibanen voor de Olympische Spelen 2004. Echt in de middle of nowhere, zie je alleen maar enorme vrachtwagens rijden met materialen voor de Spelen. Dusdanig veel, dat de openbare weg gewoon geheel aan gort gereden is. Even later kwamen we er achter dat de gehele noord-zuid verbinding op Attica een grote bouwput was. Sneller dan dertig tot veertig km per uur kom je hier niet vooruit.
Even buiten Marathon troffen we een supermarkt waar we behoorlijk inkopen hebben kunnen doen. Al met al kunnen we weer even uit de voeten. Marathon is bekend van de Perzische invasie die hier in 490 voor Christus door wat Griekse vechtersbazen werd afgeslagen. Na de overwinning holde een koerier terug naar Athene om dit daar aan zijn bazen te melden. Die afstand was ruim 42 kilometer en voordat deze eerste marathonloper ter plekke dood neerviel (tsja, sporten kun je ook overdrijven) zou hij gezegd hebben: "We hebben gewonnen".
Daarna zouden we even onder Rafina het plaatsje Brauron (Vravrona) (N 37░55.548; E 023░59.589) hebben moeten vinden. Een opgraving van een tempelcomplex gewijd aan Artemis met toebehoren in een ludieke moerasachtige omgeving. Door de Olympische Spelen was de infrastructuur een dusdanige rotzooi, dat we meer dan twee uur als een drol in pispot hebben lopen zoeken naar deze opgraving. Wegnummers kloppen niet meer, bewegwijzering is zoek, nieuwe wegen zijn er aangelegd, en dit alles voor die verrekte Spelen. Zelfs een politieagent in een patrouillewagen kon ons niet meer verder helpen. Na veel zoeken, kaartlezen, en navragen hebben we de opgraving uiteindelijk gevonden. Blijkt deze dus op maandag gesloten te zijn. Voor ons is dit echter geen enkel probleem, want wij klimmen dan natuurlijk gewoon over het hek. Een kontje en je klimt er zo over de punten van het hek heen. En dat loont dus echt de moeite, want zelden heb ik zo'n mooi tempeltje in een dergelijke prachtige landelijke omgeving zien liggen. Het tempeltje is gewijd aan de godin van de jacht Artemis en kende in de oudheid haar bekendheid vanwege de beerfestiviteiten, waarbij toneelspeelsters verkleed gingen als berinnen. Ook op terrein tref je verder nog een klein 15e eeuws kerkje aan, dat er toch wel heel ludiek gelegen is zo onder de bomen en met het uitzicht op de tempel en het omliggende landschap.
Brauron, dat nu Vravrona heet, was de woonplaats van Peisistratos, de heerser van Athene. Na de gunst van zijn arme dorpsgenoten te hebben gewonnen bracht hij uit hun gelederen een groep soldaten bijeen en maakte zich in 560 v. Chr. meester van de macht in Athene. Onder zijn regime werd de eredienst voor Artemis ingevoerd op de Atheense akropolis.
Peisistratos kende deze cultus heel goed, want in Brauron stond destijds het belangrijkste Artemis-heiligdom van Attika. Zeker is dat men ook al in de 7de eeuw v. Chr. in Brauron een godin vereerde. De opgegraven restanten van het Artemis-heiligdom van Brauron en de aangetroffen vondsten, die zich nu in het lokale museum bevinden, dateren uit een latere periode.
Zowel vanuit Porto Rafti als vanaf Markopoulo lopen de wegen elk rechtstreeks op het opgravingsterrein van Brauron af. Dicht bij de opgraving staat een 12de-eeuws Byzantijns kerkje als een soort teken van godsdienstige continu´teit.
Artemis was de godin die volgens de oude Grieken de natuur regelde. Zij was koningin over de jacht en ze verwijderde alles wat schadelijk was uit de natuur. Maar ook was zij de beschermster van alle dieren, vooral van het wild. Tevens gold zij als de godin van de vruchtbaarheid en hoedde zij over het leven van kleine kinderen.
Mogelijk is in het oude Brauron een lokaal vereerde godin later ge´dentificeerd met Artemis. Er was een legende dat de inwoners van Attika een herstelbetaling moesten doen aan de godin vanwege het doden van een van haar heilige beren. In ruil voor deze misdaad moesten Attische meisjes zich aan de godin toewijden. In de praktijk betekende dit, dat eens in de vier of vijf jaar tijdens een religieus feest jonge meisjes, gehuld in gewaden van berenvel, dansen uitvoerden om de godin te eren.
Het opgegraven heiligdom is een archeologische vondst van vrij recente datum. Direct na de Tweede Wereldoorlog wilde men bij het Byzantijnse kerkje een muur bouwen. De Griekse Archeologische dienst deed enig spitwerk om te controleren of er zonder bezwaar kon worden gebouwd. Tot niet geringe teleurstelling van de aanvragers stuitten de archeologen op een historische schat. De kerk bleek te staan op de plaats waar eertijds de akropolis van Brauron had gestaan. Met een verwijzing in de Iphigeneia in Tauris, de tragedie van Euripides, naar de heilige treden van de Artemis-tempel in Brauron, leek ineens het bewijs ervan te zijn gevonden. Aanvankelijk waren de werkomstandigheden voor de archeoloog Papadimitriou slecht omdat het terrein regelmatig onder water liep. Nadat de problemen met de waterstand waren overwonnen werd de grond in 1958 zorgvuldig laag na laag verwijderd en kwam het in de oudheid zo bekende heiligdom bloot te liggen.
Direct naast de Byzantijnse kapel liggen de restanten van de Artemis-tempel. Via trappen daal je dan af naar de grote ruimte ervoor. Aan ÚÚn zijde van het vierkant staan nog enige zuilen. Deze maakten deel uit van drie zuilengangen, die een hof omsloten. Achter de zuilen liggen de grondvlakken van een aantal vertrekken. Men gaat ervan uit dat in deze kamers de jeugdige meisjes waren ondergebracht. Achter de Byzantijnse kapel bevindt zich in de rots een grot die als Graftombe van Iphigeneia werd beschouwd.
 
Daarna reden we via allerlei bouwputten door naar Sounion (N 37░39.113; E 024░01.588); het tempelcomplex op het meest zuidelijke puntje van het vaste land: de tempel van Poseidon (de god van de zee). De 60 m boven de zeespiegel uitstekende kaap Sounion biedt een machtig uitzicht over de Ege´sche Zee. Een van de meest indrukwekkende ervaringen is om vanaf dit punt de zon te zien opkomen of ondergaan. Het is echt net zo mooi als op de kalenders. Of op die folders van de Griekse overheid, die het toerisme zouden moeten bevorderen. Zelden zo'n mooi gelegen opgraving gezien: de zee rondom en de tempel hoog op de klif. De 15 dorische zuilen staan er prachtig rechtop en een deel van het fries loopt er nog overheen. Op deze plek moet al in de 7de eeuw v. Chr. een heiligdom gewijd aan de zeegod Poseidon zijn geweest. De in het Nationaal Archeologisch Museum van Athene opgestelde kouros van Sounion werd hier samen met enige andere beelden uit circa 600 v. Chr. gevonden. Vlak bij de Poseidon-tempel bevond zich op een lager terras, links van de toegangsweg, een tweede heiligdom dat aan Athena was toegewijd. De eerste tempels werden vanaf de 6de eeuw v. Chr. gebouwd.
Met de bouw van een Poseidon-tempel was al vˇˇr 490 v. Chr. begonnen, maar in dat jaar vernietigden de Perzen het nog onvoltooide bouwwerk. In dezelfde periode moet ook de Athena-tempel door de Perzen zijn verwoest. Daarna lieten de Atheners op deze ideale plek groots opgezette heiligdommen bouwen om zowel Athena als Poseidon te eren. Omstreeks 470 v. Chr. kwam de marmeren tempel voor Athena tot stand. Tussen 444 en 440 v. Chr. werd de Dorische tempel voor Poseidon gebouwd, die ruim 31 m lang en 13 m breed is geweest. Archeologen menen dat de bouwmeester die aan het Hephaisteion in Athene werkte, ook deze tempel heeft ontworpen.
In 412 v. Chr. legden de Atheners een versterking aan rond het plateau op de rots. Hiervandaan werden binnenkomende en vertrekkende schepen in het oog gehouden. Tegelijkertijd versterkten de Atheners een groot aantal plaatsen in het zuiden van Attika om de scheepvaart, waarvan ze afhankelijk waren, in hun strijd tegen de Spartanen te beschermen.
De tempel werd bereikt door een monumentale ingang, een Propylon. Vlak bij de tempel heeft men een goed zicht op een van de bastions waarmee het complex sinds 412 was uitgerust. De met 10 torens versterkte muur liep vanaf de tempel in noordwestelijke richting naar de plaats waar in de oudheid het stadje Sounion lag.
De resterende gedeelten van het heiligdom zien er in de huidige staat nog steeds indrukwekkend uit. Van de oorspronkelijk 34 Dorische zuilen staan er nu nog 15 overeind. Ook van het aan Athena gewijde heiligdom zijn nog enige brokstukken bewaard gebleven.
De witte marmeren zuilen op de groenachtige rots vormen een schitterend contrast met de doorgaans diepblauwe hemel.
Zeker nooit overslaan en het biedt voor campers zat mogelijkheden in de directe omgeving. Er is een camping, maar ook zat strandjes (met parkeermogelijkheden) en heerlijk zeewater. En uiteraard overal uitzicht op de tempel. In de toekomst zal het overigens wel allemaal moeilijker gaan worden, omdat momenteel overal in de omgeving de hotels als paddestoelen uit de grond schieten. E.e.a. zal wel weer te maken hebben met de Olympische Spelen van 2004. Ik moet nog maar zien, dat ze het allemaal klaar hebben tegen die tijd, want hier en daar is het gewoonweg nog steeds een enorme rotzooi.
 
Theseus
De meest roemruchte held uit de sagenwereld van de Atheners was Theseus, met wie zij alle belangrijke politieke en culturele aspecten van hun bestaan associeerden. Hij was de schepper van hun hele manier van leven. In de overtuiging van de Atheners leefde Theseus geruime tijd vˇˇr het uitbreken van de de Trojaanse oorlog. Hij moet zijn opgegroeid in Troizen, dat aan de overkant lag van de Saronische Golf. Zijn menselijke vader was Aigeus, de koning van Athene, maar men geloofde eigenlijk dat Poseidon, de zeegod, hem had verwekt bij zijn moeder Aithra. Als 16jarige jongeman ging Theseus op wens van Aigeus op weg naar Athene. Onderweg bracht hij allerlei heldendaden ten uitvoer die sterk doen denken aan de verrichtingen van Herakles. Bij Epidaurus ontmoette hij de beruchte struikrover Periphetes, een zoon van de god Hephaestus, die de gewoonte had passerende reizigers met een ijzeren knots dood te slaan. Met zijn eigen wapen werd Periphetes door Theseus gedood. De reus Sinis, een gevaarlijk wild zwijn, de struikrover Skiron en diens reusachtige collega Kerkyon, die allen reizigers lastig vielen, werden eveneens door Theseus gedood.
Zijn laatste tegenstander was de beruchte Prokrustes, die zijn slachtoffers in een groot bed legde en ze net zolang uitrekte en vervolgens met een hamer plat sloeg tot ze goed pasten. Volgens een andere versie legde hij gevangen reizigers in een klein bed, waarna hij de lichaamsdelen die uitstaken afhakte. Op ongeveer identieke wijze werd Prokrustes door Theseus gedood.
Ten slotte bereikte Theseus de stad Athene, waar hij zich voorbereidde op de ontmoeting met zijn vader. Aan het hof van Aigeus verbleef Medea, een soort tovenares, die in een ander mythologisch verhaal Iason en de Argonauten aan het Gulden Vlies had geholpen. Door Iason verstoten was zij beland aan het hof van de Atheense koning. Zij zag in de net gearriveerde Theseus direct een bedreiging van haar positie en overreedde Aigeus om de vreemdeling een gifbeker aan te bieden. Aigeus herkende echter tijdig het zwaard van Theseus, een wapen dat hij bij de geboorte van zijn zoon had begraven onder een groot rotsblok in Troizen. Hij begreep hieruit dat de vreemdeling zijn zoon was en voorkwam dat deze de gifdrank nuttigde. Medea werd uit de stad verjaagd en verdween voorgoed. Theseus deed zijn reputatie als verdelger van rovers en monsters vervolgens gestand door de stier van Marathon te doden. Het beest blies vuur uit zijn neusgaten en had al meer dan honderd Atheners gedood, voordat Theseus het ving en offerde aan Apollo.
Hierna wachtte de held een nog grotere opgave: het doden van de Minotaurus, een monster dat op Kreta leefde.
De legendarische koning Minos van Kreta eiste een zware schadevergoeding van de Atheners voor het doden van zijn zoon Androgeos. Jaarlijks dienden zij zeven jongemannen en zeven maagden naar Kreta te sturen, om te worden geofferd aan de Minotaurus. Deze was een wonderlijk samenraapsel van een menselijke gestalte met de kop van een stier. Deze monsterlijke creatie was tot stand gekomen uit de door Poseidon veroorzaakte liefde van Pasiphae, de gemalin van Minos, voor een door Poseidon aan Minos geschonken stier, die hij echter weigerde aan de god te offeren. Pasiphae liet door de Atheense architect Daidalos, die aan het hof van Minos Werkte, een houten vermomming in de vorm van een koe maken waarin zij zelf plaats nam. De stier trapte inderdaad in de vermomming en de koningin bracht later de Minotaurus ter wereld. Het was een vleesetend monster, dat door Minos onmiddellijk werd opgesloten in het Labyrinth, een door Daidalos gebouwd doolhof. Theseus merkte de grote opwinding onder Atheense ouders toen het Kretenzische schip zich weer meldde. Hij gaf zich direct op als vrijwilliger en ging als een van de zeven jongens mee. De Atheense jongelui gingen op twee manieren dood in het Labyrinth: of ze verdwaalden en stierven dan van honger en dorst of ze kwamen de Minotaurus tegen. Theseus wist aan het gevaar van verdwalen te ontkomen door de hulp van Ariadne, de koningsdochter die verliefd op hem was geworden. Zij had van Daidalos niet alleen de indeling van de doolhof gekregen, maar ook een kluwen van zeer sterke wol. Theseus moest deze kluwen afwikkelen vanaf het moment dat hij het Labyrinth binnenging, dan zou hij er weer uitkomen door de draad terug te volgen.
Theseus leidde de Atheense groep het Labyrinth binnen en ontdekte de verblijfplaats van de Minotaurus en na een lang gevecht werd het monster door Theseus gewurgd. Met het opnemen van de draad van Ariadne bereikte de groep de buitenwereld.
In de nacht kon Theseus samen met Ariadne en de jonge Atheners ontkomen, maar op de terugtocht naar Athene moest Theseus zijn geliefde op Naxos achterlaten. Ariadne bracht haar tijd vervolgens door als minnares van de god Dionysos en schonk hem vele kinderen. Theseus voer via Delos verder en bereikte daarna Athene. Omdat hij overmand was door het verdriet wegens het verlies van Ariadne of doordat hij van smart zijn geheugen had verloren, verzuimde hij witte zeilen te laten hijsen, wat voor zijn vader het teken was dat het avontuur goed was afgelopen. Aigeus stortte zich van verdriet in zee, die later naar hem de Ege´sche Zee zou heten.
Theseus werd nu koning van Attika en zou verantwoordelijk zijn geweest voor de synoikismos, de samensmelting van de verschillende nederzettingen in het gebied tot ÚÚn staat. Voor die tijd was het grondgebied verdeeld onder vele zelfstandige staatjes, nu maakte Theseus er ÚÚn geheel van. Later werd hij niet alleen als stichter van Athene beschouwd, maar ook als de grondlegger van de democratie. Voortdurend zou hij hebben laten weten niets te willen ondernemen als niet de volksvergadering het met hem eens was. Van alle belangrijke nationale festivals geldt Theseus als de grondlegger; ook zou hij de stichter van de Isthmische Spelen ter ere van Poseidon zijn geweest.
Behalve als de held van de beschaving genoot Theseus echter ook nog faam als een eersteklas vrouwenrover, wat zich misschien wat moeilijk laat combineren. Zo is er een verhaal waarin wordt verteld dat Theseus Antiope, de koningin der Amazonen, zou hebben verleid en meegenomen naar Athene. Het krijgslustige vrouwenvolk liet het er niet bij zitten en begon een oorlog met de Atheners. Een deel van de stad werd ingenomen en de vrouwelijke strijders kampeerden op de heuvel de Pnyx. Drie maanden lang duurde de strijd voordat de Amazonen opgaven. Vervolgens roofde hij samen met zijn wapenbroeder Peirithous, vorst der Lapithen, de nog zeer jeugdige Helena, die later opnieuw zou worden geschaakt door de Trojaan Paris. Als zij haar in het Attische dorp Aphidnai hebben achtergelaten onder de hoede van de moeder van Theseus, vertrekken beide helden naar de onderwereld om Persephone, de koningin, die door Peirithous wordt begeerd, te ontvoeren. In de onderwereld worden beiden echter vastgekluisterd aan een zuil en zo jarenlang gevangen gehouden.
Pas vele jaren later zou Theseus weer zijn teruggekeerd in Athene. Hij werd echter gedwongen in ballingschap te gaan en vertrok spoedig naar het eiland Skyros, waar hij zou sterven. Volgens sommige verhalen vond Theseus de dood doordat Lykomedes, de koning van Skyros, hem van een klif afduwde. Hierna zou hij nog eenmaal gezien zijn in het ondermaanse. Toen de Atheners in 490 v. Chr. in de slag van Marathon vochten, zagen ze plotseling hun stadsheid in vol ornaat aan hun kant meevechten tegen de Perzen. In 475 v. Chr. besloot de Atheense staat dat Theseus naar huis moest terugkeren. Daartoe vertrok een vloot onder leiding van de Atheense aanvoerder Kimon naar Skyros. De Atheners versloegen de bewoners van het eiland en vervolgens gingen ze op zoek naar het stoffelijke overschot van hun held. Een uit de lucht neerstrijkende adelaar begon in de grond te pikken en gaf daarmee Kimon de plaats aan waar hij moest graven. Er bleek een grote man te liggen, geflankeerd door een bronzen lans en een zwaard. In triomftocht keerden de Atheners naar hun stad terug, waar Theseus officieel werd herbegraven.
 
Via de westkust van Attica zijn we 's avonds richting Athene gereden over de kustweg. Er zouden campings moeten zijn langs de kustlijn, maar wij hebben ze niet kunnen vinden. Wel veel wildkampeerplaatsen, maar deze waren van een dusdanige slechte kwaliteit, dat wij ons daar toch echt niet aan durfden te wagen. Overal zie je de Grieken staan met al hun ranzige randverschijnselen. Rotzooi, troep en viezigheid. Daar wil je gewoon niet tussen staan. Het is toch echt ongelooflijk dat die lui gewoon al hun afval ter plekke laten vallen. Gevolg is wel, dat je in heel Griekenland plastic, papier en andere rotzooi langs de weg vindt. Ook blijft het voor ons onbegrijpelijk, dat waar je ook komt, men zijn puin en grote afval als wasmachines e.d. gewoon van de helling afgooit in de bergen. Ook in de natuurgebieden en dat is in onze ogen toch echt wel misdadig. Hier zou een complete mentaliteitsverandering moeten plaatsvinden, als men in de toekomst nog op gelijke voet met de rest van Europa mee zou willen doen.
Maar goed, uiteindelijk rijd je dan vanzelf de voorsteden van Athene in en Wen ik besloten om dan toch maar de stadscamping Athene te bellen. En daar staan we nu (N 38░00.508; E 023░40.356) langs de eerder vermelde achtbaans autosnelweg die naar Piraeus en Corinthe leidt. We trokken best wel veel bekijks door met een camper dwars door het centrum van Athene heen te rijden. De camping kent wel veel stadsherrie, maar verder is het er keurig. De airco staat weer op maximaal en de herrie van het verkeer verdwijnt vanzelf naar de achtergrond. Op de camping staan voornamelijk campers en caravans van buitenlandse toeristen. Onze buren zijn Italianen met een enorme camper met daarvoor een uitgetelde enorme Rottweiler. Iedere keer als je er langsloopt dan tilt hij zijn kop op en gromt even met opgetrokken lippen om zo zijn vervaarlijke gebit te laten zien. Volgens Dieuwertje is het een kei-lieve hond die iedere keer tegen haar lacht als zij langsloopt. Toch maar even niet aaien. Op de camping hebben we tegen een zeer aantrekkelijk tarief een uitermate heerlijke maaltijd in het campingrestaurant genoten, dus voor de dames kon het al niet meer op. De keuken is er geheel open en je ziet de kok dus alle gerechten vers bereiden. Goed te doen en waarschijnlijk qua prijs nergens in Athene te evernaren.
Vandaag zijn we naar het centrum getogen. Eerst een kwartier met de bus, die hier recht voor de deur stopt. Voor Euro 0,45 ben je vlak bij het Omoniaplein en voor Euro 2,70 koop je in het metrostation een dagkaart voor alle openbaar vervoer in Athene. En de metro is dus echt een formidabel vervoersmiddel. Je komt overal in Athene, het zorgt er voor, dat je zelden meer dan 500 meter hoeft te lopen, het is koel, en het rijdt ook nog eens iedere 10 minuten. Wat wil je nog meer? Gewoon doen dus.
We vertrokken rond 11.00 uur van de camping en tegen half twaalf liepen we al aan de voet van de Acropolis. Daar deed je vroeger uren over.
En daar begint dan inderdaad het ouderwetse klimmen en klauteren. In de volle hitte met nergens een plekje schaduw. Tussen veel te veel mensen over met linten afgebakende paden. Al sinds jaren is er geen toegang meer tot de tempels e.d. en moet je alles vanaf de vaste wandelpaden achter touwen aanschouwen. Het uitzicht rondom is uiteraard nog steeds prachtig en je ziet alleen maar huizen zover je kunt kijken. Ook de smog zie je over Athene heen hangen. Via de Agora en Hephaistos tempel zijn we verder gelopen om uiteindelijk op de gezellige Plaka uit te komen. Hier vindt je overal gezellige steegjes met allerhande winkeltjes en vlooienmarkten etc.
Uiteindelijk gingen we laat in de middag weer met de metro en bus retour naar camping en hebben daar uitgebreid gebarbecued met veel lamskoteletten en 3 flinke varkenskarbonades. Salade van Wen erbij en smullen maar.
 
Woensdag. Lekker uitgeslapen. Dag begon al goed. Bij de bushalte tegenover de camping werd Brecht door hond tegen het been aangezeken. Die dacht waarschijnlijk dat ie tegen een enorme paal aan stond te pissen. Ik heb zelden zo'n kreet gehoord. Verschrikkelijk gelachen en bij de eerste de beste vijver met fontein in Athene kon ze e.e.a. er vanaf wassen. Met de metro zijn we vervolgens naar het Archeologisch Museum gegaan; blijkt dit al meer dan een jaar gesloten te zijn (en nog tot april volgend jaar gesloten blijvend) i.v.m. renovatiewerkzaamheden. Slechte beurt van het Griekse Verkeersbureau. Ga ik ze zeker over aanschrijven. Verder hebben we urenlang gewandeld door de winkelstraten vanaf het Omonia plein in de richting van het Syntagma. Daar was net een wisseling van de wacht aan de gang (ieder heel uur) bij het graf van de onbekende soldaat. Leuk om te zien met al die overdreven stappen en passen. Echt potsierlijk. Even later bij het presidentiŰle paleis zagen we nogmaals hoe deze soldaten hier de wacht houden.
Als alternatief zijn we daarna via de National Garden (een prachtig tuinencomplex) naar het Benakimuseum gewandeld en hebben dat bezocht. Bij binnenkomst had ik even bij de receptie een discussie of mijn vier dochters allen wel echt van mij en Wen waren, maar toen wij beiden dit beaamden, mochten we uiteindelijk allemaal gratis naar binnen (normaal Euro 6 p.p.). Het museum is particulier bezit en heeft namelijk als regel, dat gezinnen met vier of meer kinderen gratis entree krijgen om zo een dosis cultuur op te doen. Dat was weer mooi meegenomen. De Grieken zullen hier weinig van profiteren, want met het gemiddelde van 1,2 kind per gezin, komen zij hier zelden of nooit aan. Het museum was een overweldigend succes. Zeer compleet, met een overzicht van de geschiedenis (merendeel Grieks) van 6000 jaar tot heden. Ook de uitstraling en de entourage zijn erg mooi. De grap is dat meneer Benaki in de jaren dertig miljoenen geŰrfd had van zijn vader en het merendeel belegde in de aankoop van het mooiste dat er op kunstgebied te verkrijgen was. Een gevolg is dat de verzameling uitsluitend geheel complete items kent zonder beschadigingen. Als ik ooit zoveel erf, dan ga ik ook zoiets doen. Ik zeg er nu echter wel bij, dat de kans tot op heden zeer klein is.
Daarna gingen we weer richting camping met de ons intussen vertrouwde metro en bus om daar eens lekker spaghetti te eten. Vanavond gaan we wandelen over de Plaka. Benieuwd wat dat brengen zal. De dames hebben er in ieder geval veel zin in.
 
Vrijdag. De avond op de Plaka leek even in het water te vallen, maar dat viel achteraf gelukkig nogal mee. Wij namen de metro naar Monastiraki en de vlooienmarkt was al geheel in het donker gehuld om 19.30 uur. Die houden dus gewoon de negen van vijf tijd aan. Gelukkig waren de souvenirshops op de aangrenzende Plaka allemaal wel geopend en viel de schade gelukkig mee. De winkeltjes zijn vrolijk verlicht en de terrasjes goed gevuld. Alleen dat laatste gaat alleen tegen andere tarieven, dat dan we gewend waren. Met zes man een biertje en een frisje/ijsje op een terrasje lukt alleen nog maar als je per rondje 20 Euro neerlegt. Maar goed, in Amsterdam in het centrum lukt het ook niet meer om voor een paar rotcenten nog iets te bestellen.
 
De donderdag gingen we bijtijds opbreken. De uitgaande weg tot aan de afslag Piraeus stond geheel vast en daar deden we dus al meer dan een uur over. En dan ben je nog maar 10 km op pad. De weg door de bergen heen via Thebe, was in een erbarmelijke staat. De snelheid kwam niet boven de 60 km/uur en het merendeel van de dames had vanwege de bergwegen last van misselijkheid. Misschien hadden we toch beter de snelweg (nr. 1) richting Lamia kunnen pakken om daar de afslag naar Delfi te nemen. Dat is dan wel om, maar waarschijnlijk beter te doen. We hebben gepauzeerd iets voor de afslag naar Osios Loukas onder het monument van de gevallen dorpelingen. Hier werden 134 dorpelingen (mannen tussen de 18 en 40) door de Duitsers vermoord, vanwege een akkevietje in de Tweede Wereldoorlog. Onze meloen van 9 cent de kilo smaakte er echter niets minder om en vloog voor het grootste deel naar binnen. Een bezoek aan het nabij gelegen Osious Loukas zat er niet meer in, daar de reis veel langer geduurd had, dan dat wij gepland hadden. Het klooster is namelijk maar open van 09.00 - 15.00 uur. Dat doen we van de week dan wel eens vanuit Delfi. Het laatste deel van de reis naar Delfi ging weer eens zeer hoog door de bergen, m.a.g. dat het weer eens stevig afkoelde. Rond vier uur arriveerden we op Camping Apollo (N 38░28.978; E 022░28.532), waar we zoals gewoonlijk weer binnen 15 minuten opgesteld stonden. Alle dames zijn nu intussen gewend aan hun kleine en simpele taak (kleed neerleggen, stoelen pakken, stroom aansluiten, luifel laten zakken) en het scheelt mij en Wen gewoon een half uur werk. De camping ligt net even voorbij Delfi richting Itea, heeft een voortreffelijk zwembad en kent prachtige plekken met een schitterend uitzicht op de vallei en het twintig kilometer verder gelegen Itea. Moet je dan uiteraard niet boven op de mooie geplaveide plaatsen rond het restaurant blijven staan, maar tot iets voorbij het zwembad op een van de lager gelegen terrassen afdalen. De wind waait er vroeg in de ochtend en laat in de middag even een uurtje behoorlijk (net als overigens overal elders aan zee), maar daartussen is het verder zinderend heet. De camping is niet zo groot, simpel van voorzieningen, schoon maar komt in de problemen in de avonduren als de waterdruk af en toe wegvalt. Op zo'n moment werken de douches en de toiletten even niet, met alle gevolgen van dien. Gelukkig is dit iedere keer maar tijdelijk en kun je er natuurlijk ook even rekening mee houden.
 
Het meest prestigieuze orakel van Griekenland was dat van Apollo in Delfi. De opgraving is het werk van de Franse School van Athene. En dat hebben ze niet met de Franse slag gedaan. Ze konden zich eind negentiende eeuw, toen Schliemann van de archeologie voorpaginanieuws gemaakt had, geen afgang veroorloven. Het loskrijgen van een graafvergunning voor tien jaar had veel politiek gekonkelfoes en nog meer geld gekost, en de concurrerende Duitsers hadden nog maar pas hoog gescoord met hun modelopgraving van Olympia. Zo kwam het dat de opgraving van Delfi tot een kwestie van nationaal prestige uitgegroeid was.
De Fransen hadden eer van hun werk. Ze legden meer dan tweehonderd bouwwerken bloot. De wetenschappelijke omkadering was professioneel, wat eind vorige eeuw nog geen vanzelfsprekendheid was.
Toch liep niet alles van een leien dakje. Precies boven het heiligdom hadden de Grieken het dorpje Kastri gebouwd. Niet meer dan tweehonderd armelijke huisjes, opgetrokken uit ter plekke opgeraapt materiaal. Om het antieke Delfi bloot te leggen moest eerst het middeleeuwse Kastri verdwijnen. De Fransen kochten gewoon het hele dorp op en braken het huis voor huis af. Twee kilometer verder, uit het zicht van het heiligdom, bouwden ze een nieuw dorp, het huidige Delfi. De leider van de opgraving, Theophile Homolle, vroeg en kreeg militaire bewaking. Die was nodig: de autochtonen zagen geen verschil tussen schattenjagers en archeologen.
De opgraving begon hoopvol. Twee prachtig bewaarde kouroi kwamen in mei 1892 te voorschijn, 2,20 meter hoog van marmer uit Paros, duidelijk pendanten. In de sokkel stond de naam van Polymedes van Argos, een beroemd beeldhouwer uit 600 voor Christus. Theophile Homolle noemde de tweeling Kleobis en Biton, naar een verhaal dat hij in Herodotos gelezen had.
Kleobis en Biton waren twee beresterke broers. Hun moeder, de Herapriesteres Kydippe, moest op een dag dringend naar een plechtigheid in het Heraion van Argos, zo'n kleine tien kilometer verderop. O ramp, waar waren haar ossen die de wagen moesten trekken? Ze graasden ergens, onvindbaar, in de vlakte van Argolis. Geen paniek. Haar zonen, scherp getraind voor sportwedstrijden, spanden zich voor de kar en trokken hun moeder in looppas naar de Heratempel. Daar aangekomen stapte een trotse Kydippe de tempel binnen en smeekte Hera om haar jongens het mooiste geschenk te geven dat de godin maar kon verzinnen. Intussen lagen de broers, uitgeput maar tevreden glimlachend, op de trappen van de tempel te slapen. Hera willigde de vraag van de moeder in. Ze schonk de twee broers haar mooiste cadeau: de eeuwige slaap.
Hier klinken de sombere woorden van Sophokles in door, als hij het koor in Oedipos in Kolonos laat zeggen: 'Het beste is: niet geboren te zijn. Als tweede volgt voor wie toch geboren is: ijlings terugkeren naar waar hij vandaan is gekomen. Want zodra de lichtzinnige dwaasheden van de jeugd voorbij zijn, welke kwellingen staan dan niet te wachten? Zoals een rotskust in het kille noorden door winterstormen gebeukt wordt, zo is het ook met hem: als een woedende zee treft het noodlot hem van alle kanten.'
De laatste tijd hellen specialisten naar de mening over dat Polymedes niet de twee sportieve broers uitbeeldde maar Castor en Pollux, de zonen van Zeus en Leda, een avontuurlijk aangelegde tweeling die deelnam aan de tocht van de Argonauten en die dan ook als sterrenbeeld 's nachts aan scheepsvolk de weg wijst.
Pausanias bezocht Delfi in de tweede eeuw na Christus. Toen al liet hij zich als een toerist door officiŰle gidsen rondleiden. Het orakel was nog in gebruik maar had zijn uitstraling verloren. De meeste bezoekers waren nieuwsgierigen en toeristen, geen orakelzoekers. Veel gebouwen lagen er verkommerd bij of waren na aardschokken niet meer hersteld. De Romeinen hadden veel kostbare schatten weggehaald. Alleen keizer Nero al liet vijfhonderd bronzen beelden naar zijn villa in Rome verschepen.
Toch stonden er in Pausanias' tijd nog onvoorstelbaar veel beeldhouwwerken, trofeeŰn, gebouwen en gedenktekens in situ. Het heiligdom was volgepropt als een magazijn, de beschikbare oppervlakte was door het bergachtige terrein beperkt en kon niet uitgebreid worden. Delfi bood in zijn glorietijd de aanblik van een openluchtmuseum, beter nog: van een rariteitenkabinet. Al moet gezegd dat aan al die parafernalia telkens een verhaal en een geschiedenis vastzaten. Delfi speelde de rol van nationale vitrinekast: elke polis pronkte er met behaalde overwinningen, elke stad probeerde de andere de ogen uit te steken door zoveel mogelijk rijkdom te etaleren.
Zo had de Atheense Phryne een verguld beeld van zichzelf laten oprichten. Het was door niemand minder dan de beroemde Praxiteles gemaakt. Of het luxe hoertje telde een fortuin in geld neer, of Praxiteles liet zich in natura betalen. Beide mogelijkheden zijn waarschijnlijk. Phryne was immers schatrijk (zo rijk dat ze ooit voorstelde de verwoeste stad Thebe op haar kosten te laten heropbouwen), anderzijds was zij zowel model als maţtresse van de beeldhouwer. Phryne was, ondanks of dankzij haar gelige huidskleur, verblindend mooi en dus werd ze aangeklaagd wegens goddeloosheid. De ironie wil dat uitgerekend haar lichaam meer dan eens model stond voor dat van Afrodite! Verdediger en minnaar Hyperides hield een vurig pleidooi voor de volksrechtbank. Als besluit riep hij pathetisch uit: 'Heren juryleden, wilt u deze vrouw veroordelen?' Prompt maakte Phryne haar borsten bloot. Vrijspraak. Uit dank liet de mooie dame haar standbeeld in Delfi oprichten. Naar ik hoop mag, wel graag in de pose die haar de vrijspraak opleverde.
 
Pausanias vertelt uitvoerig, tientallen bladzijden lang, over de honderden gebouwen en duizenden kunstwerken die hij in Delfi zag. Maar het pronkstuk van het museum vermeldt hij niet: de Wagenmenner. Hij kon het beroemde beeld niet gezien hebben, in zijn tijd lag het al diep onder het puin weggezakt.
Het bronzen beeld, onderdeel van een vierspan, kwam eind april 1896 bloot onder de grondvesten van een huis nadat het een paar dagen hevig gestortregend had. Aanvankelijk werd alleen de onderste helft opgehaald, de voeten en een deel van de tunica met plooien als schaduwgroeven van een zuil. Toen al verbaasde het brons de opgravers door het prachtig groene patina, alsof er een glacis over lag. Pas drie dagen later kwam het bovendeel te voorschijn. Het hoofd was ongeschonden. De ogen waren open en keken de verblufte opgravers helder aan, alsof een innerlijke gloed ze bezielde. Ze waren met wit email ingelegd en als pupil diende een onyx. De rechterarm werd gevonden, de linker niet. Het een meter tachtig hoge beeld werd gegoten in 470 voor Christus om een overwinnaar van de paardenrennen op de pythische spelen te eren. Vermoedelijk eerde het beeld de paarden. Daarvan zijn slechts losse fragmenten teruggevonden. Het zit er dik in dat de Wagenmenner, een van de beroemdste en gaafste mannenbeelden uit de Oudheid, in feite een naamloze knecht was die toevallig die dag het winnende span mende.
De vondst trok zoveel bezoekers dat de grondlagen waarin het beeld lag, helemaal verstoord raakten. Zo kon niet meer achterhaald worden in welk jaar vierspan, koerswagen en menner van hun voetstuk stortten.
Er zijn een aantal beelden die ik nooit meer vergeet, alsof ze zich op mijn netvlies vastgebrand hebben. De Wagenmenner hoort er ook bij: even de ogen sluiten en ik zie hem zo voor me staan, fier en onaangeroerd rechtop, de lange tunica hoog onder de armen met een gordel opgebonden, de krullerige haren met een breed lint ter hoogte van de slapen samengehouden, de teugels stevig in de greep, de zware, krachtige kin, de kleine neus, de heldere, intense, bijna dwingende blik. Misschien droegen de lichtelijk geopende lippen een dunne laag koper.
Ik vraag me wel af waarom de plooien van de tunica zo keurig verticaal hangen, alsof de wind er geen vat op heeft. Zo ontstaat een bizar contrast: enerzijds het statische, met name de strakke plooien en de hiŰratische houding, en anderzijds het dynamische, met name de onzekerheid die nu eenmaal met wedstrijden en paardenrennen samenhangt. Zo brengt ook het contrast tussen abstrahering en realisme spanning in het beeld. Enerzijds is het in zijn strenge ordening en zijn verregaande stilering van het lichaam bijna kubistisch, driekwart van de figuur kan als een abstracte vorm gezien worden. Anderzijds streefde de beeldhouwer onmiskenbaar een strak realisme na, zoals blijkt uit details als het bakkebaardje op de wangen, de vingers, de later aangebrachte bronzen wimpers.
Aan het begin van deze eeuw leverden de Fransen de opgraving aan de Grieken op. Ze bouwden een museum om de zevenduizend vondsten te herbergen. Ze waren in de trotse overtuiging dat ze aan de Delfische grond zijn allerlaatste vondst ontfutseld hadden. Maar ze onderschatten Delfi. Het heiligdom had zijn laatste geheim nog lang niet prijsgegeven.
In 1938 werd het plaveisel van de Heilige Weg ter bestudering weggenomen. Voor de zuilenhal van de Atheners bleken zich twee kuilen te bevinden. De grootste zat volgepropt met voorwerpen in ivoor, goud, zilver, brons, ijzer en aardewerk. Afgedankte spulletjes, zeg maar rommel, in het midden van de vijfde eeuw voor Christus op een hoop gegooid na een felle brand in het heiligdom. Maar wat voor prachtige rommel: alle stukken staan te pronken in het museum.
In de kleinste kuil trok een hoop in elkaar geperst metaal de aandacht, het was zwart en broos geworden. Niemand had enig idee wat dat bizarre pakket voorstelde, al kon de poot van een dier onderscheiden worden. De oorlog verhinderde verder onderzoek. Door slechte conservering verbrokkelde en verpulverde het zwarte metaal nog meer. Na de oorlog begon men met een op het eerste gezicht hopeloze reconstructie. Ontelbaar veel schilfertjes vliesdun zilver werden op een maquette van plexiglas gemonteerd. En het wonder geschiedde. Er groeide centimeter na centimeter een indrukwekkend, zij het hoogst ongewoon wijgeschenk: een enorme zilveren stier. Hij was tweeeneenhalve meter lang bij anderhalve meter hoog. Een Ionisch werkstuk van omstreeks 550 voor Christus. Oorspronkelijk waren de platen van zuiver zilver op een harnas van verzilverd koper bevestigd. Dat harnas zat met zilveren spijkertjes vast op een van buiten onzichtbare houten constructie. Neusharen, horens, hoeven en teelballen waren met een laagje bladgoud bedekt. Als ogen dienden vermoedelijk halfedelstenen:
De zilveren stier is als kunstwerk meer uniek dan mooi. Maar bij een bezoek aan Delfi mag hij niet gemist worden.
 
Ik heb iets met Delfi, al vanaf mijn eerste bezoek, nu ruim dertig jaar geleden. Maar heeft iedereen die Delfi bezoekt dat niet? Delfi is met heiligheid doordesemd. Honderden generaties lang werd hier zonder onderbreking gebeden, aan goden geofferd, georakeld. Deze beperkte strook grond straalt sacraliteit, ontzag, deemoed uit. Delfi heeft te maken met mysterie, ongrijpbaarheid, aantrekking, vage angsten. Het heeft te maken met de contrasten die hier hun agressiviteit verliezen en complementair worden. Zoals man en vrouw, of beter het mannelijke en het vrouwelijke, elkaar bevechten en tegelijk elkaar nodig hebben in de seksualiteit, en precies in die seksualiteit hun heftigste eigenheid beleven. En realiseren.
Is het daarom dat Delfi onlosmakelijk met sensualiteit verbonden is? Is het daarom dat ik me van de twee vorige bezoeken zoveel en zulke sterke zintuiglijke prikkels herinner?
En ook hier, zoals op zoveel plaatsen in Griekenland, heeft de magie van de opgraving met de grootsheid van de omringende natuur te maken. De Kastalische bronnen maakten de grond uitzonderlijk vruchtbaar en leverden water voor zuivering en rituelen. Het is daarom ook echt jammer, dat vanwege het instortingsgevaar het geheel rond de bronnen niet meer toegankelijk is. De twee toppen van de Parnassos torenen indrukwekkend hoog boven de plek uit. En in de diepte strekt zich het dal van de Pleistos uit, de Heilige Vlakte, een heerlijke zee van miljoenen golvende olijfbomen zo ver het oog reikt, tot helemaal in de heiige verte, tot in Itea, de haven van Delfi waar de meeste pelgrims aankwamen. Een natuur waarin je je als mens nietig en machteloos voelt, en kwetsbaar, en vol deemoed. Je dempt je stem, je verwacht ieder ogenblik een of andere god te horen.
Het verbaast me dat de christenen, die op zoveel grondvesten van heidense heiligdommen kerken en kapellen bouwden, de opgraving van Delfi niet geannexeerd hebben en geen kerk of tenminste een kapel op de ru´nes van de Apollotempel neergezet hebben. Een vergetelheid?
Toch is de tocht van het weinig interessante, om niet te zeggen lelijke kuststadje Itea naar het heiligdom omhoog, door dichte olijfgaarden over goed aangelegde wegen, weinig spectaculair, al hebben we een schitterend uitzicht op de Parnassos. Nog minder spectaculair ziet het toeristendorp Delfi zelf eruit, een nerveus lint van banken, hotels, eethuisjes, winkels. Maar het dorp ligt wel mooi, op de rand van het steile Pleistosravijn. En de hotelkamers en de terrassen van de eethuisjes bieden adembenemende vergezichten over de met olijfbossen begroeide kloof. De prijzen zijn aan de plek aangepast.
Het is bijna niet te geloven dat een van Griekenlands meest tot de verbeelding sprekende opgravingen zich op hooguit tien minuten wandelen van dit krioelende toeristennest bevindt, van hieruit onzichtbaar achter een bocht in de weg. De schok van de confrontatie is er des te sterker door.
 
Delfi bezoeken is de Heilige Weg volgen en rondkijken, indrukken opzuigen, genieten. Vooral niet te veel nadenken. Delfi behoort niet de rede maar het gevoel toe, ook al zwaaide Apollo er negen en Dionysos maar drie maanden van het jaar de goddelijke scepter, Delfi heeft te maken met aardsheid, met aardgebondenheid, vruchtbaarheid, vrouw. Oeroude, diepgewortelde krachten die je met het vorsende verstand nooit bedwingt. Delfi is meer maan dan zon. In de vroegste heiligdommen werd dan ook de godin Ge of Gaia, dat is Moeder Aarde, vereerd.
 
De beroemde Kastalische bronnen liggen in de scherpe bocht van de weg naar Arahova. Tot mijn ontgoocheling zijn ze beide sinds kort voor het publiek gesloten wegens gevaar voor vallende stenen. Dertig jaar geleden was dit een punt van verademing omdat je hier de heetgelopen voeten in het koele water kon laten zakken. In je gedachten hoorde je ze gewoon sissend in het water zakken, alsof de python achter je zat en op het punt stond om je te verslinden.
De oudste van de twee bronnen is pas in 1958 ontdekt, al dateert ze uit de archa´sche tijd. De bronnen vormen wellicht de meest mysterieuze, misschien ook de vrouwelijkste plek van Delfi. In de smalle kloof, die dampig en dichtbegroeid de helling van de Faidriaden, De Glanzende Rotsen, in tweeŰn splijt, bevond zich al in de homerische tijden een bron die rijkelijk vloeide. De pythia en de bedienaars van het heiligdom wasten zich er ritueel voor ze de heilige plaatsen betraden. Dat deden ook de pelgrims. Ze dronken er het lekkere water dat van de Parnassos, de berg van de dichters, omlaag stroomde. Deze bron verleende of, indien al aanwezig, stimuleerde de gave van het dichterschap. Geloof is de moeder van de verwerkelijking, daarom drink ik met gretige teugen van het water dat in een bekken aan de weg opgevangen wordt.
Bij de bron was in de hellenistische tijd een bassin aangelegd waarin het water uit de bekken van 7 bronzen leeuwen werd opgevangen. Waarschijnlijk werd op deze plek oorspronkelijk de godin van de aarde vereerd.
 
De kloof die als een wonde naar de dubbele top van de Parnassos omhoog snijdt, wordt ook de Spleet van Moeder Aarde genoemd. In deze spleet zocht de Python, de heilige slang, nadat ze door Apollo's pijl getroffen was, een veilige schuilplaats. Maar Apollo achtervolgde en doodde haar. Zeus gaf zijn zoon de opdracht in Delfi de pythische spelen te organiseren, de Python ter ere.
 
Het heiligdom van Apollo bestaat uit een voor het oog verwarrende hoeveelheid ruines. Het goed bewaarde stadion vormde het strijdperk voor de atletiekwedstrijden tijdens de pythische spelen. Het ligt hoog tegen de flank van de Faidriaden tussen de naaldbomen, een kwartiertje klimmen over een aangename, steile wandelweg.
Oorspronkelijk waren de pythische wedstrijden musisch gericht, meer artistiek dan fysiek, een stadion was dan ook niet nodig. Pas in de klassieke tijd, halverwege de vijfde eeuw, overschaduwde de atletiek de muziek. Daarmee ontstond de behoefte aan een stadion. De noordelijke berghelling werd uitgehakt en geŰgaliseerd, de afhellende zuidkant kreeg een, intussen ingestorte, versterkingsmuur. De 'startblokken' zijn nog aanwezig en
een aantal toeristen trotseert de brandende hitte en legt in spurttempo de 178 meter (zijnde een pythische stadie ofwel de voorgeschreven zeshonderd voeten) helemaal af. Omdat niet elke Griekse voet even lang was, verschilde de lengte van de stadie van polis tot polis.
Heel intiem en goed bewaard is het theater uit de vierde eeuw. Het oude Delfi was geen stad, niet eens een bewoond dorp. In de wintermaanden moet het heiligdom er koud en winderig en vooral desolaat bij gelegen hebben. Toch was het theater voldoende ruim om vijfduizend toeschouwers te bevatten. Hier bekampten artiesten elkaar in de kunsten die onder Apollo ressorteerden, fluitspelen, zingen, voordragen van Homeros, toneel. De laureaten werden gelauwerd met een krans van laurierbladeren. Dat is minder voor de hand liggend dan het klinkt, de laurier groeide namelijk niet in Delfi.
De allerheiligste plek van het heiligdom was de Apollotempel. Niet meer voor bezoekers toegankelijk, maar van op de hoger gelegen hellingen rustig in vogelperspectief te bekijken. In deze grote, puur Dorische tempel, met de zes massieve, bruinrode zuilen in tufsteen die in 1940 gedeeltelijk weer werden opgebouwd, zetelde de pythia op haar beroemde drievoet.
De tempel is in de loop van de eeuwen grondig verwoest, zowel door de krachten van de natuur (het kan hier niet alleen vreselijk onweren, zowel in winter als in zomer, maar geregeld teisteren aardschokken de streek) als door het afbraakwerk van de mens. Gelukkig heeft Pausanias er een gedetailleerde beschrijving van gegeven. Zo kennen we de beroemde spreuken van de Zeven Wijzen die in goud gegraveerd de wand sierden van de binnenruimte van de tempel; 'Ken uzelf.' 'Niets te veel.' 'Hetzelfde hebben is beter dan meer hebben.'
In het heilige der heiligen bevond zich de omphalos, de navelsteen, het middelpunt van de aarde. Een hellenistische kopie ervan bevindt zich in het museum. De navelsteen was met een geweven net bedekt, op de kopie in het marmer uitgebeiteld. Hij gold als het graf van Dionysos, het mythische graf, want goden ontsnappen in principe aan de sterfelijkheid. In een dieper gelegen plek van de tempelvloer stond de driepoot van de priesteres over een spleet in de vloer en daar stegen dampen uit op. Die mysterieuze spleet is nooit teruggevonden. Het blijft een raadsel waar de dampen vandaan kwamen, er zijn geen sporen van actief vulkanisme in Delfi waargenomen.
Hier stamelde de pythia haar duistere voorspellingen, al dan niet in trance gebracht door het kauwen van laurierbladeren, bilzekruid en andere stimulantia, haar ene hand zwaaiend met een (alweer) lauriertak, in haar andere hand de draden van de aardnavel. Al vrij snel werd de jonge priesteres, nadat een orakelzoeker zich aan haar vergrepen had, vervangen door een ongeletterde, oudere boerenvrouw uit de streek, gekozen omdat ze over profetische gaven beschikte. Ze kwam door de dampen in een schemertoestand (door antieke auteurs op allerlei manieren omschreven, gaande van extase tot waanzin en razernij tot en theos dat betekent 'met de god' en wat familie is van ons woord 'enthousiasme'). Uit haar dronkemansgebrabbel destilleerden Apollopriesters al dan niet bruikbare, al dan niet dubbelzinnige voorspellingen in zangerige homerische hexameters.
Het is nog altijd een heet hangijzer onder de specialisten of pythia en priesters sluwe bedriegers en manipulators waren dan wel eerlijke, politiek en sociaal nuttige dienstverleners.
Het is niet bewezen, en waarschijnlijk zal het wel onbewijsbaar blijven, maar het lijkt aannemelijk dat de priesters niet over ijs van een nacht gingen. Bij voorspellingen die politiek delicaat lagen of waaraan belangrijke consequenties vastzaten omdat ze over de toekomst van een polis of een volk beslisten, zuilen de priesters wel hulp van buitenaf gekregen hebben. Er wordt vermoed dat ze op flink wat voorkennis konden terugvallen, zodat ze nauwkeurige voorspellingen deden en politiek nuttige raad gaven. In de procedure waren trouwens vertragingsmechanismen ingebouwd. In lastige gevallen kregen de priesters uitstel. Zo konden ze intussen informatie inwinnen, misschien spionnen uitzenden. Het is duidelijk dat de ingewijden van deze geheime bronnen het grootste stilzwijgen in acht namen.
En er speelt nog iets in Delfi. De orakelpriesters bleken niet altijd ongevoelig voor steekpenningen of omkoperij. Dat wordt door literaire bronnen bevestigd. Doordat ze vaak de kant van de machtigste, lees: rijkste, partij kozen, kwamen hun voorspellingen meestal uit, want ook in de Oudheid maakte geld wel eens recht wat krom was. Zo werd hun geloofwaardigheid wellicht ieder jaar groter. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat Delfi op den duur van pure rijkdom bijna uit haar ommuring barstte.
 
Drie wintermaanden lang nam Dionysos het roer van Apollo in Delfi over. Met alle gevolgen van dien. Deze grot was de geliefde verzamelplaats van de Thyaden, vrouwen uit Athene, Korinthe en Thebe die zich aan wilde, min of meer org(i)astische riten overgaven. Om de twee jaar gaven ze op de barre, besneeuwde hellingen van de Parnassos rendez-vous. Gekleed in dierenhuiden dansten ze bij het licht van fakkels de grot in de bergflank in en uit.
Er zijn plekken op de aardbodem waar ik me op een of andere manier goed voel, thuis, op mijn plaats. Mezelf. Dit is zo'n plek. Er zijn momenten dat ik het gevoel heb in een verkeerde tijd te leven. Dit is zo'n moment.
Ik ben naar Griekenland gekomen met de vraag of verbrokkeld marmer en overwoekerde ruines nog een stem hebben. De orakels hebben tot me gesproken, klaar en duidelijk, met een onsibillijnse helderheid.
 
APOLLO-HEILIGDOM
De Grieken kenden verschillende mythen over het ontstaan van het heiligdom. De god Apollo was op zoek naar een aantrekkelijke verblijfplaats. Zijn oog viel op deze plek, die volgens Homerus de naam Pytho droeg. Een ander verhaal vertelt dat hier de draak Python leefde. Apollo doodde het ondier en bemachtigde tevens de Tephousabron. Vervolgens keek hij uit naar priesters die in zijn heiligdom moesten optreden. Daarvoor koos hij de bemanning van een Kretenzisch schip, dat onderweg was naar Pylos. Apollo vermomde zich als een dolfijn (vandaar dus de naam Delfi), dreef het schip de haven van Pylos voorbij en dwong de bemanning aan te leggen bij de haven van Krisa. Met een belofte dat zij grote rijkdommen zouden vergaren, dwong hij de Kretenzers om hun vaderland voorgoed de rug toe te keren.
Ook van deze overlevering is het waarheidsgehalte moeilijk vast te stellen. In elk geval had Delfi, net als vele andere plaatsen in Griekenland, sinds mensenheugenis al een orakel. Het Delfische orakel wist zich echter een uitzonderlijke faam en prestige te verwerven. Al in het grote kolonisatietijdperk (circa 750-500 v. Chr.) deed het Apolloheiligdom als orakel van zich spreken. Een van de maatregelen die altijd werden genomen ter voorbereiding van het stichten van dochtersteden overzee was het raadplegen van een orakel. Dan werd aan de godheid de vraag voorgelegd of het wijs of onverstandig was om zich op een bepaalde plaats te vestigen. Apollo's antwoord via het Delfische orakel werd bijzonder serieus genomen. Delfi was in de kolonisatietijd dan ook al de voornaamste plaats voor het inwinnen van dergelijke adviezen. Men uitte zijn dankbaarheid jegens de god door het geven van grote wijgeschenken. Als een stad regelmatig om raad vroeg, liet zij meestal een schathuis op het terrein van het heiligdom bouwen, waarin de kostbaarste geschenken werden opgesteld. In feite wedijverden alle stadstaten om de gunst van Delfi, waardoor zowel haar macht als haar rijkdom geweldig toenam.
Niet alleen steden legden Apollo vragen voor, maar ook particulieren konden met hun problemen bij de god terecht. Daarbij bleek het heiligdom een duidelijke moraal te verkondigen. Op de deurposten van de tempel waren twee spreuken aangebracht die aanspoorden tot inkeer en matigheid: 'Ken U zelf' en 'Niets te zeer (alles met mate)'. Delfi paste als orakel een bijzondere procedure toe. Priesters interpreteerden de kreten en woorden van de Pythia, een door Apollo bezielde oude priesteres, die op laurierbladeren kauwend rituele handelingen verrichtte. Zij was gezeten op een drievoet boven een kloof waaruit bedwelmende zwaveldampen opstegen. Hierdoor geraakte ze in trance en bracht daarbij een aantal klanken voort die door de priesters als orakels in versregels werden doorgegeven.
Naarmate het prestige van het orakel toenam werd het steeds aantrekkelijker voor machtige staten in de buurt om het heiligdom in hun bezit te krijgen. Aanvankelijk behoorde het bij de kleine naburige stad Krisa. De Thessalische edelen beschuldigden de inwoners van Krisa van schandelijk gedrag tegen de hulpzoekenden en namen het heiligdom in met het argument dat ze het kwamen bevrijden. Dit was de zogenoemde Eerste Heilige Oorlog (600-590 v. Chr.), die in herinnering werd gehouden door het instellen van de Pythische Spelen. De ThessaliŰrs droegen het toezicht over het orakel op aan een Amphiktionie, een door hen gedomineerde bond van buurstaten. In 548 v. Chr. werd de Apollotempel op het complex getroffen door brand en er bleef weinig van over. Het adellijke geslacht der Alkmeoniden, dat destijds in ballingschap buiten het door de tiran Peisistratos geregeerde Athene leefde, nam het initiatief tot de monumentale herbouw van de tempel; in 510 was het nieuwe onderkomen voor Apollo gereed.
In de Perzische Oorlogen speelde het orakel een vreemde rol. Het verspreidde defaitistische adviezen aan de Griekse staten die om raad kwamen vragen over hun positie in het conflict. Delfi orakelde dat de Grieken in de strijd tegen de Perzen ten onder zouden gaan. Toch nam het gezag van het orakel niet af, ondanks het feit dat het hier volkomen faalde. In de oorlog vielen de Perzen ook Delfi aan, maar met behulp van bovennatuurlijke krachten werd de aanval afgeslagen. Tussen 370 en 330 v. Chr. werd weer een nieuwe tempel gebouwd binnen het heiligdom. Ditmaal hadden vallende rotsblokken ten gevolge van een aardbeving voor grote schade gezorgd. In de bouwperiode vonden er twee oorlogen om het heiligdom plaats, waarin Philippus II van MacedoniŰ een aanleiding zag om zijn invloed binnen de machtsverhoudingen in Midden-Griekenland te vergroten. In 338 v. Chr. had hij inderdaad heel Griekenland in zijn macht. Hierna verloor het orakel een groot deel van zijn gezag.
In de Romeinse tijd kwam het geheel onder invloed van de bezetter. Met politieke problemen mocht het zich niet meer inlaten. De Romeinen verboden dit soort activiteiten. Keizer Nero maakte zich in Romeinse kringen nog belachelijk door mee te doen aan de Pythische wedstrijden. In de 4de eeuw na Chr. speelde het heiligdom geen rol meer vanwege de toenemende invloed van het zich snel verspreidende christendom. Door tal van plunderingen in die tijd, met name tijdens het regime van Constantijn de Grote, werd het verval van het heiligdom aanzienlijk versneld.
 
EEN RONDGANG DOOR HET HEILIGDOM
De huidige ingang tot het complex ligt wat lager dan de oorspronkelijke. De zogenoemde Heilige Weg kwam in de oudheid door een poort op het terrein uit. Om het heiligdom liep destijds een muur die vele poorten had.
Onze tocht begint bij de moderne hoofdingang en volgt vanaf de oude poort de Heilige Weg. Net voor deze poort was in de Romeinse periode een agora, een markt waar de gelovigen door kooplui werden voorzien van levensmiddelen, dranken en religieuze souvenirs. Het voornaamste onderdeel van het heiligdom was de tempel van Apollo, waar de belangrijkste handelingen die verband hielden met het orakel werden verricht en waar de god geacht werd te wonen. Behalve enkele gebouwen waar de dagelijkse leiding van het complex verblijf hield, had het heiligdom ook een theater. Daarin werden de muzische onderdelen van de Pythische Spelen ten uitvoer gebracht. Daarnaast was het terrein volgebouwd met schathuizen, die waren geschonken door de diverse Griekse steden. In die huizen lagen de belangrijkste wijgeschenken van die steden opgesteld. Hun grote onderlinge wedijver bracht de meeste Griekse staten ertoe de rijkste geschenken naar het orakel te brengen en daarvoor een eigen ruimte in te richten.. De Grieken deden goed en wilden dat weten ook. Bovendien gebruikten de steden hun schatkamers ook om er de eretekenen van hun diverse overwinningen uit te stallen. Zo kon het voorkomen dat een overwinning werd gevierd in een schathuis dat was gelegen naast het huis van degene die de nederlaag had geleden. Op het laatst moet het hele terrein hebben vol gestaan met giften, als beelden, erezuilen en drievoeten. De Heilige Weg slingerde tussen al dat fraais omhoog.
Direct na de poort stond aan de rechterkant van de weg een bronzen stier, die in 480 v. Chr. door de bewoners van Korfu was geschonken. Alleen het voetstuk bleef bewaard. Op het volgende langgerekte voetstuk aan dezelfde kant stonden negen bronzen beelden die door de ArkadiŰrs in 369 v. Chr. waren geschonken. Ertegenover stonden maar liefst 37 bronzen beelden van de Spartanen. Het was hun manier om Apollo te danken voor hun overwinning op de Atheners in 404 v. Chr. Ernaast was een beeld van het Trojaanse Paard opgesteld, een geschenk van de inwoners van Argos, ter ere van hun overwinning op de Spartanen in 414 v. Chr.
 
Vervolgens zien we langs de weg de grondvlakken van de verschillende schathuizen, die hier door de afzonderlijke steden waren neergezet. Het eerste schathuis was van Sikyon, het volgende dat van Siphnos. Laatstgenoemd huis moet het mooist zijn geweest. Het dak ervan werd gestut door twee kariatiden.
Een van de schathuizen, dat van de Atheners, is aan het begin van de 20ste eeuw gerestaureerd. Dank zij dit initiatief kan men zich met behulp van de kaart en de grondvlakken van de andere schathuizen een voorstelling maken van de aanblik die dit complex ooit bood. Het gebouw ligt meteen na de bocht naar rechts aan de linkerkant van de Heilige Weg.
De Atheners bouwden hun schathuis omstreeks 490 v. Chr. De bouw ervan werd gefinancierd met de opbrengst van de buit die ze op de Perzen bemachtigden na de slag bij Marathon. Twee Dorische zuilen staan in de voorgevel. Op het gebouw zijn kopieŰn van de oorspronkelijke reliŰfs aangebracht waarop de strijd tegen de Amazonen, de heldendaden van Theseus en de werken van Herakles zijn uitgebeeld. Op de muren werden sinds de 3de eeuw v. Chr. inscripties aangebracht. Bovendien moeten we bedenken dat rond alle schathuizen nog allerlei wijgeschenken stonden opgesteld.
Direct naast het schathuis van Athene stond het Bouleuterion, het gebouw waarin de bestuurders van het heiligdom hun vergaderingen hielden. Daarnaast ligt een groot rotsblok dat volgens de overlevering gebruikt was door de eerste Sibylle, een waarzegster die vanaf de steen waarop zij stond haar profetieŰn uitsprak. Tussen deze steen en het Atheense schathuis lag de bron die werd bewaakt door de draak Python. Apollo zou het monster later doden. Dit verhaal symboliseert mogelijk de verdrijving van een oudere religieuze eredienst door de Apollocultus. Gedacht wordt dat het vroegere heiligdom was gewijd aan de Moeder Aarde Gaia.
Bij het rotsblok van de Sibylle ligt een deel van de muur die na 548 v. Chr. was opgetrokken om het terras, waarop de nieuwe tempel zou worden gebouwd, te verstevigen. Meteen aan de rechterkant was voor de muur een stoa gebouwd, waar de Atheners na 478 de trofeeŰn van hun overwinningen ter zee hadden opgesteld. Van deze stoa staan vier fragmenten van zuilen nog overeind. De weg gaat tussen de stoa en het schathuis van Korinthe linksaf omhoog naar het plateau waarop de tempel staat. Links staat een groot altaar dat werd geschonken door de bewoners van het eiland Chios terwijl aan de rechterzijde het voetstuk staat waarop de drievoet van de Plataiai was geplaatst, nadat bij die plaats in 479 v. Chr. de Perzen waren verslagen. De drie in elkaar gedraaide slangen die toen deel uitmaakten van de drievoet zijn in Constantinopel terecht gekomen. In het huidige Istanbul zijn ze te bezichtigen op het Hippodromosplein.
Nadat in 373 v. Chr. een aardbeving een einde had gemaakt aan de door de Alkmeoniden gebouwde tempel, werd tussen 370 en 330 v. Chr. aan het nieuwe heiligdom gebouwd. De herbouw stagneerde onophoudelijk ten gevolge van de heilige oorlogen die in deze tijd om Delfi werden uitgevochten. Van deze tempel voor Apollo zijn slechts enkele zuilen en de grondvlakken bewaard gebleven. Het was een Dorische tempel die duidelijk was ontworpen naar voorbeeld van het gebouw dat jaren tevoren verwoest was. In de tempel bevond zich de ruimte waar de Pythia in trance ging en waar tevens de belangrijkste schatten van het heiligdom werden bewaard.
Ook was hier de Heilige Steen, die als de navel, ofwel het middelpunt van de aarde werd beschouwd. Er was een verhaal dat de aarde was los gescheurd van de hemel. In het midden van de aarde was de plek te vinden die de verbinding had gevormd. De Grieken geloofden dat Delfi het centrum van de wereld was. Voorts stond er een gouden beeld van Apollo en een grafmonument voor Dionysos. Van deze god nam men aan dat hij in de winter de scepter zwaaide in het Apolloheiligdom omdat Apollo dan in zonniger oorden verbleef. De kloof waarboven de Pythia moet hebben gezeten is nooit gelokaliseerd.
Hoger op de berghelling ligt het theater van Delfi. Het werd in de 4de eeuw v. Chr. gebouwd en in de 2de eeuw herbouwd in opdracht van Eumenes II, de koning van Pergamon. Er konden ongeveer 5000 toeschouwers plaatsnemen.
Ten slotte kunnen we vanaf het theater nog hoger de berg oplopen om een kijkje te nemen bij het Stadion, dat een lengte had van 177 m. Oorspronkelijk was hier in de 5de eeuw v. Chr. een eenvoudige renbaan. Deze werd in de 4de eeuw v. Chr. uitgebreid en in de 2de eeuw na Chr. met marmer verfraaid.
De Romeinen hebben er een triomfboog bijgebouwd waardoor de deelnemers het strijdperk konden betreden. In het stadion, dat plaats bood aan ruim 7000 toeschouwers, werden de atletiek- en worstelwedstrijden gehouden die deel uitmaakten van de Pythische Spelen.
Na een bezichtiging van het laatste onderdeel, dat trouwens buiten het eigenlijke heiligdom is gelegen, keren we terug naar de uitgang. Aan de overzijde van de weg liggen nog de opgravingen van de Athena Pronaiatempel en het Gymnasion.
 
HET MARMARIA
Terug op de weg lopen we een stuk verder tot aan de ingang van het tweede grotere opgravinggebied van Delfi, het Marmaria. Dit was een heiligdom voor Athena dat al in de Myceense tijd in gebruik moet zijn geweest. Toen was er een andere godin die hier werd vereerd. Later heeft Athena haar plaats ingenomen.
Dit terrein kunnen we vanaf de oostkant betreden. Daarbij passeren we eerst de restanten van altaren. Vervolgens komen we bij het grondvlak van de oude tempel van Athena Pronaia, uit de 5de eeuw v. Chr. dat in de plaats was gekomen van een 7de-eeuws heiligdom. De aardbeving waardoor de Apollo-tempel in 373 v. Chr. werd verwoest, liet ook hier haar sporen na.
Hierna komen we langs twee schathuizen en het bekendste bouwwerk, de tholos, een ronde tempel uit het begin van de 4de eeuw v. Chr. Een drietal Dorische zuilen staan nog overeind en een stuk van de binnenmuur. Op de zuilen staan nog een gedeelte van de, architraaf en twee metopen (kopieŰn). Hoewel men de functie van het gebouw niet kent, doet de opzet ervan vermoeden dat de tempel van groot belang was. Vlak bij de tholos ligt de tempel van Athena Pronaia, die in 360 v. Chr. de ingestorte voorganger verving. Het complex grenst vervolgens aan een ander terrein waar in de 4de eeuw v. Chr. een Gymnasion, een trainingscentrum voor atleten was gebouwd. In de Romeinse tijd werd het hele complex herbouwd.
Deze plek biedt een fraai uitzicht op de berghelling waarop het Apolloheiligdom is gelegen.
 
Wat speelde er zich af bij het orakel van Delfi?
 
Een Nederlandse geofysicus ontdekte het geheim van Griekenlands machtigste priesteres.
 
Een mysterieuze plek. In de ronding van de berg Parnassos hangt een weeŰ zoete geur. Nooit komt er een bloemknop uit en takken werpen al in de lente hun bladeren af. Als schapen en geiten ruiken aan een spleet in de aarde, beginnen ze te springen en vreemd te blaten. Op een dag snuift de herder Koretas eens goed bij de spleet. Hij krijgt de kick van zijn leven. Voor een moment voelt hij zich euforisch, licht in het hoofd alsof hij kan zweven en alwetend is.
Zo ongeveer luidt de oeroude legende van het orakel van Delfi. Op de mysterieuze plek verrijst later de tempel van Apollo, waarin een boerenvrouw tussen de gassen (de Pythia) aan koningen, staatsdienaren, kolonisten en burgers de toekomst voorspelt
Een mythe, beweerden Franse archeologen honderd jaar geleden. Bij de opgravingen vonden ze tussen de restanten van peperdure schatten, beelden en tempels namelijk helemaal niets dat op een spleet leek. Daarbij ligt Delfi ook helemaal niet in vulkanisch gebied. De conclusie was snel getrokken: de Pythia zat nooit tussen dampen.
Maar de archeologen groeven nooit diep genoeg. "Uit de aarde onder Delfi steeg etheen op, een stinkend, maar even blijmakend gas als lachgas", beweert geofysicus Jelle de Boer, professor aan de Wesleyan Universiteit in Middletown. Met De Boers ontdekking kan de discussie over Delfi opnieuw beginnen. Delfi is voor historici al eeuwen een raadsel. Want volgens de Griekse overlevering kwamen die cryptische orakels altijd uit, vele honderden jaren lang. Dit bevestigen zelfs de vader van de dichtkunst, van de geschiedschrijving en van het kritische denken. Lees Homeros, Herodotus en de opgetekende woorden van Socrates er maar op na. Hoe kan dat in hemelsnaam?
 
Omphalos
Propaganda, zo beweren de meeste historici. "Alle Griekse orakels maakten reclame, maar Delfi spande wel de kroon", vindt bijvoorbeeld de Leidse hoogleraar Oude Geschiedenis H.S. Versnel. "Kijk maar naar de beroemde stenen navel, de omphalos, als handelsmerk voor Delfi. Delfi was de navel van de aarde. Daarmee riep Delfi zich nota bene uit tot het middelpunt van de wereld."
Maar anderen houden het op een waar-achtige profetische gave. Volgens deze 'gelovigen' legde de waarzegster - de Pythia - volkomen op eigen kracht contact met de goden, en hoorde ze net als moderne waarzegsters 'stemmen'. De waarzegster zou zelfs de enige vrouw in Griekenland zijn geweest die politiek gewicht in de schaal mocht leggen. De gelovigen baseerden zich er echter op dat de Pythia helemaal nooit bedwelmd was geweest.
Aan die theorie van heldere profeet lijkt De Boer nu de genadeklap uit de delen. Volgens hem werkte de grond onder Delfi als het ware als de chemische fabrieken, waarmee het terrein van DSM nu volstaat. DSM maakt in die fabrieken tonnen etheen uit aardolie. Ze stomen daarvoor nafta in hete ketels, in een proces dat ook wel stoomkraken wordt genoemd. Wereldwijd maakt en verhandelt de chemische industrie jaarlijks honderden miljoenen tonnen etheen. Plastic en rubber bestaan uit etheen.
Maar hoe kon de aarde in Delfi werken als een stoomkraker? "In Delfi bevindt zich een warmtehaard onder de grond, is er eenzelfde soort stof als aardolie en lopen er poriŰn, waardoor het etheen omhoog kan komen", vertelt De Boer. Bij Delfi kruisen namelijk twee scheuren in de aarde elkaar. De scheuren zijn uitlopers van de spleet waardoor de Corinthische Zee stroomt. Ze liggen nu verborgen onder rotsen en terrassen.
Een scheur was al ontdekt", zegt De Boer. 'deze loopt van Oost naar west . Wij vonden op een bergtop boven de heilige plek grond die wijst op een tweede scheur, die van noord naar zuid gaat. Bronnen van warm water liggen precies op plekken waar ondergronds de scheur loopt. Deze bronnen toonden ons dat deze scheur precies onder de tempel doorloopt."
Delfi ligt in een forse ronde uitholling in de berg Parnassos omdat de oost-west en noord-zuid scheur er elkaar precies kruisen. De grond bij die kruising is bros en valt weg. Zo ontstond de vorm die iets weg heeft van een theater. Diep in de aarde in Delfi zat veel warmte en stoom door het geduw en getrek van de schuivende grond. Daarbij bevat de grond in Delfi een dikke laag kleisteen die voor eenvijfde deel uit bitumen bestaat. Bitumen is als het ware de vaste vorm van aardolie: het bestaat uit kool-waterstoffen. Grieken gebruikten bitumen al als cement. In Zakynthos borrelde dit natuurlijke asfalt namelijk op uit de ingewanden van de aarde.
"Delfi had dus een warmtehaard, bitumen en porien om gassen door op te laten stijgen. Net als in een stoomkraker van DSM, kunnen lange aardoliemoleculen dan breken in kleinere stukken zoals methaan, ethaan en etheen. In het kalk en het water van bronnen bij Delfi hebben we deze stoffen allemaal teruggevonden", zegt De Boer.
De Grieken bouwden het kamertje van de Pythia nu precies boven de 'schoorsteen' van de onderaardse stoomkraker. "De oorspronkelijke stenen navel of omphalos was een kurk op de aardspleet. Als de Pythia hem ervan af haalde, kon het wondergas zich in haar piepkleine kamertje - de adyton - ophopen. De Pythia betrad de adyton ongeveer eens per maand", zegt De Boer.
Niet alleen lijkt zo de 'theorie van de heldere profeet' weerlegd, ook de 'theorie van het propaganda-doet-iedereen- geloven' lijkt wat uit balans. Het gevleugelde 'Delfi, navel van de aarde' is immers helemaal geen reclameslogan, maar een waarheidsgetrouwe echo uit het verleden. De typering van de navel kwam van herders en boeren in de bergen die in de voor Griekse tijd in de ban van de 'Moeder-Aarde'-gedachte verkeerden. De oudste Griekse heiligdommen zijn aardorakels en worden altijd beheerd door vrouwen.
Was Delfi's formule van waarzeggen nu snuiven of voor de gek houden? 'Voor de gek houden', beweert Versnel stellig. "De Pythia sprak nooit direct met de bezoekers. Dat deden mannelijke profeten voor haar, die niet in de buurt van dat stinkende kamertje kwamen. Volgens mij brabbelde de Pythia maar wat, net als in de bijbel de vrouwen 'in tongen' spreken.
 
Reuzenkracht
De mannen in het voorkamertje maakten dan het orakel. Die profeten waren goed ge´nformeerde, voorname heren van het niveau Plutarchus. Maar misschien is het wondergas toch de sleutel en luisterden de profeten wel degelijk naar de Pyhtia Wat doet het wondergas met menselijke hersenen? Wetenschappers weten wat etheen doet met de plantencel. Het blijkt een reuzenkracht van bloei en verval. Zelfs ÚÚn molecuul tussen honderd miljoen anderen zorgt ervoor dat planten stoppen met groeien, ze bladeren gaan verliezen of dat bloemen zich sluiten. De plek moet er voor de herder Koretas dus inderdaad mysterieus hebben uitgezien. Een boer stopt nooit rijpe appels bij aardappelen. De reden is dat rijpe appels het wondergas aanmaken en aardappelen subiet wortel schieten. Het wondergas maakt ook zaad wakker laat fruit snel rijpen.
 
Euforisch
Maar een plantencel is nog geen hersencel. Al in 1923 ontdekten Engelsen dat etheen bij hoge concentraties een sterker narcoticum is dan lachgas. De effecten zijn hetzelfde: je lichaam is weg, je voelt je fijn, euforisch, almachtig, alles is mogelijk zonder logische beperkingen. Een over je heen gebogen chirurg die in je opereert is een opgeblazen, lieve clown. Toch hebben medici de effecten' van etheen als narcoticum ook verder bestudeerd, omdat het stinkt en explosief is.
Toxicoloog Irma de Vries van het RIVM wil wel een gooi doen: "Adem je er veel van in, dan legt het gas het centrale zenuwstelsel stil.. Dat komt doordat het zuurstof verdringt. Bij hoge concentraties raak je er van in coma, bij lagere concentraties wordt je wat trager en verlies je een beetje geheugen." Maar bioloog Jaap Koolhaas weet zeker dat het wondergas ook veel directer op zenuwcellen inwerkt. "Het grijpt diep in, zelfs tot op het DNA in de celkern"
 
Zoals ik al eerder vermeldde, is het voor dit soort archeologische bezoekactiviteiten goed om toch maar vroeg op te staan. Tegen de tijd dat het echt heet wordt ben je klaar en kun je je bezwete lijf in het koele zwembad laten zakken en van een eerlijk verdiend biertje genieten. Na het ontbijt gingen wij al wandelend op weg naar het even voorbij Delfi gelegen museum. Hier staan de wereldberoemde wagenmenner en de zilveren stier opgesteld. Wat we eigenlijk veel lolliger vonden, was het feit dat we tegen een schaaltje aanliepen met de afbeelding van een bonte kraai erop. Veerle snapte dit meteen en legde het verband met haar boek: Wachten op Apollo. Dit was deze dag onze leidraad door de opgraving heen tot aan het gedeelte van de Apollotempel. Uiteraard hebben we het allemaal goed bekeken: de Apollotempel, het amfitheater, het stadion (die atleten waren volgens mij na die klim naar boven dus al moe, voordat ze begonnen), het Gymnasium en de prachtig gelegen Tholos (die er volgens Dieuwer uitzag als een DalmatiŰr). De dames hebben keurig de 4 km heen en ook weer terug gelopen; er kwam geen klacht over de lippen en dat is voor mij een teken, dat ze het leuk of interessant vonden. We waren mooi op tijd voordat de grote hordes aankwamen. Op een gegeven moment staat op het heetst van de dag de toegangsweg van voor naar achteren vol met bussen. Het bezoek aan de opgravingen is allemaal goed te doen vanaf de camping. Veerle verzorgde aan de hand van haar boek "Wachten op Apollo" een rondleiding met voorleesbeurten. Aan de hand van haar vertelsels kregen we te horen hoe vroeger in en rond het Orakel geleefd werd. Leuk om te horen, en nu wil ze graag een foto aan de schrijfster sturen.
Op de wandeling terug zijn we midden in het dorp in een echt Grieks koffiehuis wat wezen drinken. Als je hier dus naar binnen gaat dan betaal je ongeveer minder dan de helft voor je consumpties als bij de reguliere toeristenterrassen. Je zit echter dan wel gewoon onder een druivenwingerd op een balkon met echt een ongelooflijk uitzicht op de bergketens rondom Delfi. De Parnassos, lievelingsplaats van Apollo en de Muzen, is echt een indrukwekkend kalkmassief met twee toppen. Indruk maken vooral de steile, kale rotsen die het toppengebied omgeven. Het is niet verwonderlijk dat men in de klassieke oudheid het "middelpunt van de wereld" in dit overweldigende berglandschap geplaatst heeft. Het gebergte bestaat vooral uit carbonaatkalken uit Jura en Krijt. In 1938 is een groot deel van het gebergte tot nationaal park uitgeroepen. Helaas heeft dat niet bijgedragen tot een betere bescherming van de uitgebreide flora en fauna in dit gebied. De Grieken moeten toch echt nog leren, dat ze momenteel veel erfschatten verknallen met hun afvalbergen en zwerfafval.
 
Terwijl de hordes met toeristen echt helemaal doodgaan in de hitte en zich scheel betalen voor hun versnaperingen, koelen wij heerlijk af in het zwembad en genieten van het resterende deel van de dag. Onder het genot van een koud pilsje en na een kort tukje kunnen we daarna bijtijds beginnen aan de voorbereidingen van een bbq met veel en lekkere lamskoteletten.
 
Zaterdag. Via prachtige bergwegen vertrokken we bijtijds naar Osios Loukas (N 38░23.695; E 022░44.733). Vanuit Delphi gaat men richting Arahova, een 900 m hoog gelegen bergdorp. Hier kan men handgeweven kleden kopen met Griekse dessins. Het dorp is verder bekend om zijn rode wijn en kaas.
Na Arahova gaat men richting Levadia en na 12 km richting Distomo en dan naar Osios Loukas. Indien gewenst dan kan men eerst kan nog in Distomo naar het mausoleum ter nagedachtenis van de in 1944 door de Duitsers omgebrachte bevolking van dit dorp.
Het klooster Hosios Loukas is een prachtig Byzantijns klooster. Het ligt na het dorp Stiris in een gebied met veel amandelbomen. De kerk is gewijd aan de Zalige (Hosios) Loukas, een kluizenaar geboren in 896 in Kastri, nu Delphi. Hij was bekend om zijn voorspellingen en om de wonderen die hij verrichtte. Zo voorspelde hij bijv. de herovering van Kreta op de Saracenen, iets wat twintig jaar later ook gebeurde. Na zijn dood is men in 935 begonnen met de bouw van het klooster. De grote achthoekige kerk is aan hem gewijd.
In de crypte is zijn graf. Zijn stoffelijke resten zijn in 1200 naar Rome gebracht. Als je rechts van de kerk onder de grote luchtbogen door gaat kom je langs de links gelegen ingang van de crypte. De crypte is beschilderd met primitieve fresco's.
De koepel van de hoofdkerk, katholikon, rust op acht met moza´eken bezette pijlers. Het grondplan is dat van een Grieks kruis. Aan de buitenzijde zien we fraai bakstenen metselmerk. De vensters zijn voorzien van beeldhouwwerk en in drieŰn verdeeld door colonetten van verschillend marmer. In het deel na de ingang, narthex, hebben ze een gouden ondergrond. Men ziet hier de kruisiging en de opstanding van Christus, de ongelovige Thomas, Johannes de Doper en boven de doorgang naar het volgende deel van de kerk Christus. Een fresco van Christus als Pantokrater, heerser van de wereld, is afgebeeld in de koepel van het hoofdgedeelte. In de hoeken zien we moza´eken voorstellende de geboorte, de opdracht in de tempel en de doop van Christus.
Rechts achter is de schatkamer. In het priesterkoor ziet men het Pinksterfeest en Maria. In het noordelijke transept, zijgedeelte, is Loukas half afgebeeld als een strenge monnik. De handen heeft hij in aanbidding geheven. De vloer bestaat uit grote marmeren platen met veel kleurschakeringen.
 
Prachtig, maar ook hier is men vooruitstrevend aan het veranderen geweest. Kwam je vroeger al wandelend aan op het prachtige binnenhof, nu staat er buiten het klooster een ruime parkeergelegenheid, waar je met de camper prima zou kunnen overnachten. Het klooster was nog net zo mooi als 25 jaar geleden, de moza´eken waren nog net zo compleet en ook de fresco's bleven om te snoepen. Over snoepen gesproken: neem op de binnenplaats zo'n heerlijke bak met plaatselijke yoghurt. Het is koud, verfrissend en je mag de aardewerken bak mee naar huis nemen.
 
De reis naar Osios Loukas, en later de rit verder naar de havenplaats Itea, gaat dwars door de bergen en schiet dus niet bijster op. Itea (N 38░25.919; E 022░25.323) blijkt uiteindelijk een stoffige havenplaats, die een afzonderlijk bezoek helemaal niet waard is. Wel zijn er twee supermarkten en wat groentewinkels, die ruimschoots voldoen. Waarschijnlijk zijn de terrasjes in de avonduren best wel gezellig, maar ik zou persoonlijk niet graag in het donker de haarspeldbochten terug rijden naar Delfi. Dan moet je er gewoon voor zorgen, dat je daar ter plaatse op een van de campings aan het water staat (overigens hadden wij de indruk dat meerdere daar de poort gesloten hadden). De temperatuur in Itea en aan de kust is er aanzienlijk hoger, dan hier hoog in de bergen. Dusdanig veel hoger, dat de dames de voorkeur gaven aan een duik in het zwembad i.p.v. in de zee. Hoezo verwend?
 
Woensdag. Even de achterstand weer een beetje wegwerken. Die loopt ongemerkt steeds meer op, maar ik moet zeggen, dat het ook lang niet altijd haalbaar is om in deze hitte steeds overdag weer de laptop te pakken om dit verslag bij te werken. Maar goed: zondag zijn we van Delfi weggereden en hebben we het grootste gedeelte van de dag op een heerlijk klein strandje doorgebracht bij het dorpje Eratini (N 38░21.364; E 022░17.909). Een weggetje van de snelweg af naar beneden en je staat prachtig aan een kiezelstrandje met links en rechts wat eenvoudige cafÚs en taveernes om wat te drinken of een hapje te eten. Het iets verder op gelegen gedeelte, waar we eigenlijk wilden wildkamperen, durfden we niet op omdat dat stukje toegangsweg wel heel erg steil en rotsachtig was. Voor een kleinere camper of een busje is het geen enkel probleem om daar te komen, maar wij met onze ruim twee meter lange oversteek aan de achterzijde gaan dan zeker met de kont over de grond heen. Dientengevolge zijn we iets doorgereden en hebben we onze toevlucht gezocht bij Camping Doric (N 38░20.785; E 022░09.794) in Agios Nicolaos. Deze camping is eigenlijk al twee jaar gesloten, maar de eigenaar, die op dit enigszins verlopen terrein woont, ontvangt je uitermate hartelijk en je bent er nog steeds altijd welkom om te overnachten. Ongelooflijk, dat een mooi terrein als dit, zo verlopen kan geraken. Het uitzicht over de Golf van Corinthe is er helemaal perfect, de voorzieningen moeten er tot een jaar of vijf geleden, van een hoge kwaliteit geweest zijn en de ruimte is er enorm. De oude beheerder wist mij te vertellen, dat zijn kinderen de zaak niet wensen voor te zetten en dat hij het eigenlijk wel voor gezien houdt en liever een historisch werk zou gaan schrijven over de Vlachen (een ouder volk uit midden- en noord Griekenland). Het gevolg was, dat Wen en ik vervolgens een heerlijk gesprek hadden met de oude man over alles en nog wat. Niet alleen over de geschiedenis, maar ook over normen en waarden, de Griekse taal, wetenschap in zijn algemeenheid en ga zo nog maar even door. De man is enorm beleerd en volledig autodidact. Heerlijk figuur. De avond keken we met een glas Retsina in de hand uit over de Golf van Corinthe. Prachtig om de bootjes en schepen in het donker voorbij te zien komen. Het was buiten goed uit te houden, omdat aan het begin van de avond een klein regenbuitje de zaak lekker afkoelde. De volgende ochtend had de oude baas voor ons op zijn brommertje vers brood in het dorp gehaald en na het ontbijt ging onze reis verder in de richting van Nafpaktos en zelfs nog verder.
 
Alle verkeer moet en zal door het centrum van Nafpaktos gaan, met als gevolg, dat de doorstroming nihil is en het allemaal geen donder opschiet. Tel er maar een dik uur voor om dit gat door te komen. Op de toegangs- en uitvalswegen van het stadje heb je meerdere supermarkten om boodschappen te kunnen doen. Het parkeren van de camper daar geeft echter wat problemen, zodat je daar toch wel creatief zult moeten zijn. Maar goed, onze reis ging verder en zou via Messolongi (zoutwinning en kuuroorden), Tourlida (N 38░20.377; E 021░25.437) met zijn paalwoningen in een overigens mooi waddengebied, Etoliko (toeristenstadje voor de Grieken), de Kleisouravallei (lang niet zo indrukwekkend als de Vikoskloof) naar het meer Limni Trihonida zou gaan. Daar zouden we eerst in de buurt van het dorpje Kapsorahi aan de oever van het meer gaan kamperen in het wild. Dat lukte niet, want het ernaast gelegen eethuis had de zaak dusdanig afgezet en er een privÚ-gelegenheid van gemaakt. Jammer, want het zag er best wel leuk uit.
Eerlijk gezegd (maar ja, dat is altijd achteraf), hadden we deze dag in z'n geheel wel kunnen overslaan. Messolongi en Tourlida waren niet echt de moeite waard: de gemiddelde leeftijd van de Griekse kuuroordbezoekers daar, lag ver boven de zestig. De vallei was maar een dikke kilometer lang en je kon er tijdens de doorgang nergens stoppen. En de weg rond het zoetwatermeer schiet geen donder op. Aan de zuidzijde rijdt je voornamelijk door dorpjes met tabak- en fruittelers. Aan de noordzijde rijdt je alleen maar door berggebied met veel haarspeldbochten. Uiteindelijk hebben we overnacht op een plek aan het meer bij het plaatsje Dogri (N 38░36.101; E 021░34.121). Hier is een strandje bij een taveerne, gelegen onder platanen en voorzien van een overigens heerlijke koudwaterbron (veel mensen komen hier zelfs hun waterflessen vullen). Op het terras hebben we heerlijk wat gedronken en in het meer zalig in het zoete water gezwommen. De overnachting verliep wat minder rustig, want het volk voor de taveerne bleef maar af en aanstromen. Tot twee uur in de nacht met volk voor het terras en daarna met hitsige stelletjes die daar onder de platanen hun amoureuze gevoelens wilden botvieren. Dat laatste lukte maar slecht, want ten eerste heb ik daar tot redelijk laat buiten gezeten en het schijnt, dat sex met een toeschouwer bij veel mensen toch wat belemmert. Ten tweede gaf de aanblik van onze camper daar op het strand het merendeel van de nachtelijke bezoekers al heel snel de aanleiding om meteen maar weer om te keren. Al met al een plaats om niet nogmaals heen terug te gaan. Best wel mooi, maar 's nachts veel te onrustig.
 
Even nog een kort intermezzo. Vlak voordat we op bovenstaand strandje stonden, hadden we even last van een binnenbrandje in een van de keukenkasten van de camper. Al in de tweede week van de vakantie, zat een van de zekeringen in het zekeringenkastje los en moest deze op gezette tijden even met de hand aangeduwd worden in het houdertje om weer contact te maken. Ik dorst deze klemmen niet los te maken, omdat ik gewoonweg bang was dat ze zouden afbreken en dat we vervolgens de rest van de vakantie de grote koelkast niet meer op 12 Volt zouden kunnen laten draaien. Ik ga er maar van uit, dat je in een land als Griekenland, niet meteen aan de benodigde onderdelen voor een zekeringenkastje van een camper kunt komen. Dus op gezette tijden moest ik deze zekering even stevig aanduwen en dan deed de koelkast het weer tijdens het rijden. Op 220 volt en op gas was er geen enkel probleem, want die kennen hun eigen gescheiden systemen. Maar goed, tijdens de rit door de bergen is een lege bidon tegen de zekering aangeschoven en er waarschijnlijk voor gezorgd, dat deze in de klemmetjes heeft staan knetteren (een koelkast trekt best wel veel stroom: ruim 30 Amp zag ik op de verkoolde zekering staan). Het gevolg was dat de bidon zo heet werd, dat deze begon te smelten en te smeulen en het 12 volt gedeelte van de koelkast in de fik zette. Tijdens het rijden rook ik op een gegeven moment een penetrante elektriciteitslucht en vroeg ik aan Brecht om toch maar eens even in de pannenkast te kijken. Die brulde meteen: BRAND! Dus ik stopte meteen in een haarspeldbocht bij een dorpje midden in de bergen en loop naar achteren. Brecht wilde meteen al een fles water over de vlammetjes gooien, maar dat wist ik te voorkomen. Eerst heb ik de hoofdzekering van alle 12 volt uitgeschakeld, de auto afgezet en de sleutels van het contact gehaald. Toen heb ik pas het water over de zekeringkast en de smeulende bidon heen gedonderd. Vlammetjes geblust en verder dus gelukkig geen sluiting. Dat was dus echt mazzel: geen fik, en de rest van de elektrisch aangedreven zaken in de camper deden het nog, omdat er gelukkig geen kortsluiting geweest was. De brandblusser hadden we al die tijd achter de hand, maar uiteindelijk niet nodig gehad. Het zekeringkastje is dus deels in elkaar gesmolten en voor wat betreft het koelkastgedeelte niet meer bruikbaar. Na de camper even goed doorgelucht te hebben en alles goed gecontroleerd te hebben, vervolgden we onze weg. De koelkast werkt nu alleen nog maar op 220 volt en op gas. Dus koelen doet ie en tot huis redden we het allemaal zeker (ook nu is het bier heerlijk koel). Daar zal ik op jacht moeten gaan naar een soortgelijke kast, want alle bedrading zit mooi voorgestekerd in dit kastje gestoken en ik heb toch geen zin om uit te zoeken, waar welk draadje vandaan komt en heen gaat. Tot zover dit intermezzo.
 
Gisteren reden we bij het meer vandaan en zijn toen teruggereden naar het goed bewegwijzerde Andirio. Daar varen nonstop een tiental ferry's heen en weer richting Patras. Het inschepen kostte slechts 10 minuten (houdt er rekening mee dat je achterwaarts de boot op moet) en het bedrag was slechts Euro 12,80. Je vaart er langs de pilaren van de hangbrug, die al jarenlang in aanbouw is en het vasteland met de Peleponnesos moet gaan verbinden. Dat is echt een indrukwekkend gezicht. Op het moment, dat de ferry van de kade los kwam, wilden een stel zigeunerkinderen nog de boot opspringen en die werden letterlijk door de twee bewakers of bemanningsleden bij het laadplatform rigoureus en op zeer hardhandige wijze zo weer van de boot af geschopt. Waarschijnlijk proberen die tijdens de overtocht bij de passagiers e.e.a. op onrechtmatige wijze te bemachtigen. De overtocht duurt ruim een kwartier en je draait op het vaste land zo weer de nieuwe snelweg om Patras heen op. Deze prachtige weg is nu voorzien van efficiŰnte tunnels (met aan het plafond van die 'windwaaiers' volgens Dieuwer), mooie op- en afritten naar de diverse wijken van Patras en het scheelt meer dan een uur om nu Patras te ontwijken (tot 2 jaar geleden moest alle verkeer door het centrum heen).
Ruim een half uur later draaiden we de ons reeds bekende Camping Alissos op (N 38░08.972'; E 021░34.645') om daar meteen het zilte sop in te duiken. Ook hier treffen we weer een prettige kleine familiecamping met een leuk betaalbaar restaurant, waar je heerlijk kunt eten onder een enorm duizendjarige olijfboom met een diameter, die zijn weerga niet kent. Het strandje is van kiezels en bereikbaar via een trappetje en het water op zijn Grieks: pislauw. De rest van de dag hebben we heerlijk geluierd, veel gezwommen en lekker gebarbecued. En dit gaan we de komende dagen ook nog even volhouden, totdat het tijdstip aanbreekt dat we ons bij de Minoan Lines moeten aanmelden voor de terugreis.
 
Vanochtend zijn Wendy en ik naar Kato Archais gewandeld om daar wat boodschappen te doen voor het eten vanavond. Het is een wandeling van totaal een kilometer of acht heen en terug. Het dorpje is duidelijk in ontwikkeling en je kunt er allerhande boodschappen doen. Onze rugzakken werden gevuld met de inmiddels overbekende lamskoteletten en andere lekkere zaken voor de bbq van vanavond. Je kunt er ook in diverse winkeltjes allerlei soorten vis krijgen en er is een kleine supermarkt voor het meer reguliere gedeelte. De straatjes ogen wel gezellig en de terrasjes op het plein leveren een overheerlijke Greek Coffee (moet je wel van koffie kauwen houden natuurlijk) en Cappucino. De wandeling erheen liepen we over de oude nationale weg maar dat is niet aanbevelenswaardig. Al na 200 meter moesten we over een geplette hond heenstappen, die in verre staat van ontbinding was en een uur in de wind stonk. De weg is verder levensgevaarlijk en bochtig. Dus de terugweg zijn we gewoon over de treinrails gelopen. De trein komt er toch maar 2 keer per dag, maakt een ongelooflijke pokkenherrie en rijdt niet harder dan een kind op een driewieler kan rijden. Kortom: een perfecte wandelroute. Halverwege moesten we een riviertje (overigens vol vissen) oversteken en dat moesten we van biels naar biels doen. Toch wel weer apart.
Vandaag gaan we een bres slaan in de voorraad van onze favoriete Griekse brouwer en nu staat Wen klaar met een cracker met Olijvenspread. Straks koel ik wel weer af in de zee.
 
Vrijdag. Aan het leeg raken van de tube tandpasta en het verplicht moeten kopen van een nieuwe deodorant, weet ik gewoon dat het einde van de vakantie nadert. De bankkasten zijn gisteren nog een keer in de grote Carrefour van Patras (Exit 3) aangevuld en de paspoorten en de tickets voor de boot liggen al weer op het dashboard van de auto. Kortom: de terugreis staat op de stoep. Vandaag luieren we nog wat, poedelen we nog wat in de zee, en gaan we nog maar eens voor de laatste maal lekker uit eten. De rekening van de camping is betaald (overigens mogen we gewoon de rest van de dag op de camping blijven staan en gebruik maken van het restaurant, zonder extra te betalen). Met pijn in mijn hart verlaten we vanavond laat het toch wel zeer campervriendelijke Griekenland en houden we er slechts een goede herinnering aan over. Daar moeten we dan ook echt een jaar weer mee doen.
 
Maandag. Uiteindelijk zijn we veilig en wel thuis gekomen. Maar dat ging niet geheel zonder slag of stoot. Het etentje op Kato Alyssos was overheerlijk. De gebakken kaas vloog er weer in en een hortasalade (volgens mij van druivenbladeren) vond gretig aftrek. De camper hadden we al ingepakt en stond geheel startklaar. Dus na het eten konden we meteen richting Patras vertrekken en dankzij de schitterende nieuwe snelweg stonden we al binnen drie kwartier in de rij om in de haven van Patras (N 38░15.477; E 021░44.277) aan boord te gaan van de Ariadne Palace. Dat ging iets chaotischer dan in VenetiŰ, maar al met al waren we met een half uur op de elektra aangesloten op het kampeerdek. Deze boot is een stuk groter, dan die van de heenreis, met als gevolg dat we een eigen stroomaansluiting kregen en dus de airco op vol vermogen konden laten draaien. En dat is op zo'n dek ook wel echt nodig, ondanks dat we nu iets beter stonden in de buurt van de ramen. Met een blik bier en een zak chips in de hand gingen we het achterdek op en konden nog even het laden en lossen aanschouwen. Precies om middernacht vertrok de boot en zetten wij het 'Lang zal ze leven' in voor Heycke. Lullig voor haar, maar die werd tijdens de bootreis 14 jaar. Dat zullen we thuis nog wel eens over moeten vieren. Een paar biertjes en Breezertjes later, doken we het bed in en werden de volgende ochtend pas rond 10.00 uur wakker. Corfu en Igoumenitsa waren geheel aan ons voorbij gegaan.
De kleintjes vonden weer wat meiskes om mee te spelen en die zijn de hele dag over en weer bij het zwembad geweest. Ook wij hebben nog wat leuk zitten babbelen met hun ouders en ervaringen uitgewisseld. Best gezellig. In de middag heb ik nog eens overheerlijk een tukkie kunnen doen om toch maar goed uitgerust de volgende ochtend aan de terugtocht naar Nederland te beginnen. 's Avonds had Wen een overheerlijke pot macaroni op tafel getoverd met een salade erbij, die uiteraard weer vergezeld gingen van een goed glas Retsina. De rest van de avond werd er over het dek heen gewandeld en veel gelezen in de camper (want die bleef heerlijk koel). Uiteindelijk lag iedereen erin en werd er minstens een half uur onbedaarlijk gelachen omdat Heycke sjans had met een Italiaanse buurjongen. Details zal ik hier maar niet vermelden, want dan heb ik ruzie met haar.
 
Zaterdagochtend om 06.30 uur voeren we de eerste pieren van VenetiŰ voorbij en een half uur later passeerden we een geheel verlaten St. Marcoplein. De zon was nog maar net op en eeuwen historie lagen daar zomaar te pronken in het morgenlicht. Grappig was, dat voor ons een enorme cruiseboot voer die hoger was met zijn 15 verdiepingen dan de toren van VenetiŰ. Al met al waren we half negen van de boot af en stonden we al weer op de kade (N 45░26.103; E 012░18.353). De rit naar de snelweg verliep vlotjes totdat na dertig kilometer op de snelweg richting Milaan de rechter voorband leegliep. Een herhaling van vorig jaar, even voorbij Parijs. Het ventiel kapot. Misschien toch de warmte o.i.d. De Franse wegenwachtman had het me vorig jaar goed voorgedaan, dus binnen 5 minuten had ik de zaak op de krik, het reservewiel onder de camper vandaan en zou ik het voorwiel afnemen. Niet dus: deze zat moervast. Een klap met onze rubber hamer gaf geen enkel resultaat, daar moest iets zwaarders aan te pas komen. Dus uiteindelijk toch maar naar zo'n wegenwacht telefoon gelopen en de situatie uitgelegd. En ja hoor, binnen een half uur kwam daar zo'n servicewagentje aan en heb ik de situatie uitgelegd aan de monteur. Deze grijpt een flinke hamer uit de cabine en geeft een tik tegen het wiel, zodat deze er binnen 5 seconden aflag. Ikzelf heb nog het nieuwe wiel erop gehangen en terwijl ik de lekke band weer onder de auto monteerde, draaide hij de moeren nog eens extra aan. ANWB pasje erbij, en toen begon de ellende. Geld wilde hij zien: 220 Euro's. Te gek voor woorden. Maar goed, ik ben ook niet op mijn mondje gevallen en verzocht hem om toch even zijn baas te bellen. Een hoop palaver, niet te geloven. Het heeft dus echt anderhalf uur geduurd, voordat ik zo'n bonnetje had uitgeschreven van de IRK. Daar wilde men om allerlei redenen niet aan, want de Italiaanse zustermaatschappij zou in onmin leven met de ANWB en weet ik veel wat nog meer voor verhalen. Daarna zou ik een kladje krijgen, dat ik Euro 220 betaald had en dat moest ik maar zien terug te vangen bij de ANWB in Nederland. Toen kreeg ik in een keer 20 Euro korting als ik toch maar alstublieft cash zou betalen. En ik intussen maar gewoon mijn poot stijf houden. Echt na anderhalf uur droop de man af met mijn bonnetje en konden wij onze weg vervolgen. Die Italianen blijven boeven. Dit soort streken zullen die mafioso toch niet echt snel afleren. Het is en blijft dus gewoonweg uitkijken geblazen met dat volk. Als dit door die lui nu gewoon professioneel aangepakt zou zijn, dan waren wij echt binnen 5 minuten weer op weg geweest en zou het hele oponthoud misschien beperkt zijn gebleven tot maximaal een half uur. Maar goed, liever dat het hier gebeurt op een veilige noodstrook, dan in Griekenland op een willekeurige tweebaansweg, waar het merendeel van het verkeer over de vluchtstrook rijdt. Die discussie had ik er in dit geval wel voor over, maar uiteraard kwamen we door het oponthoud niet zo ver als gepland. De rest van de dag verliep eigenlijk wel rustig. Op zondag rijdt er gelukkig weinig vrachtverkeer op de Italiaanse en Zwitserse wegen, met als gevolg dat we rond zes uur net over de Duitse grens een camping (Dreilander- Camping und Freizeitpark) opdraaiden in de buurt van Neuenburg a/d Rhein (N 47░47.840; E 007░33.011). Echt een hele keurige en goed betaalbare camping met merendeels vaste seizoensplaatsen, maar ook met leuke voorzieningen als zeer ruime plaatsen voor mensen die slechts 1 nacht blijven, verder een heus bronnenhuis met bijbehorende twee kleine zwembaden (zonder chloor), een prima snackbar en een minimarkt met vanaf zeven uur 's ochtends verse broodjes. Het geheel ligt slechts op 10 minuten van de snelweg en is zeker aanbevelenswaardig voor dit soort stops. Voor een langere termijn zou ik het niet weten, want daar ken ik de omgeving te slecht voor, maar voor mijn gevoel zijn er zat mogelijkheden om hier wat langer te vertoeven.
De dames lagen binnen de 5 minuten in het overdekte zwembad en Wen en ik stortten ons op de geplande kip met kerrie. Bij terugkomst van de dames stond deze klaar en al met al was het eten sneller gegeten, dan gemaakt. Nog wat spelletjes gedaan in de camper omdat het in een keer verschrikkelijk begon te waaien en te regenen en uiteindelijk lag iedereen rond half elf onder de wol.
De volgende ochtend waren er verse broodjes en bolletjes bij het ontbijt en draaiden we om half tien weer de snelweg op. Er stond nog steeds een keiharde wind, die er voor zorgde dat het rijden zeer geconcentreerd moest gebeuren. Regelmatig zagen we toch wel vrachtwagens en caravancombinaties, die zomaar door de wind in een keer een paar meter naar links en rechts werden geduwd en begonnen te zwalken. Zeker op die grote, hoge en lange Talbruchen in Duitsland was dit ruim van tevoren te voorspellen. Op een gegeven moment zagen we zelfs een grote vrachtwagen combinatie op zijn kant liggen. Die was gewoon omgewaaid. Het zal je maar gebeuren. Voor de rest verliep de reis tot aan Venlo voorspoedig. Daar hoorden we bij het oprijden van de A67 een onheilspellend geluid aan de linker voorkant van de wagen. Niet te geloven: weer een lekke band. En weer het ventiel gebarsten. Met het mobieltje de ANWB gebeld en binnen 5 minuten stonden er twee gele auto's om mij weer op weg te helpen. Het reservewiel was al lek gegaan bij VenetiŰ, dus daar moest een andere oplossing voor komen. Met een van de mannen ben ik naar het industrieterrein van Venlo gereden en daar werd er voor Ç 7,50 een nieuw ventiel ingedraaid. Als service balanceerde de jongen ook nog even snel het wiel en konden we weer retour naar de camper. Drie minuten later werden we de weg op geholpen door deze uitermate vriendelijke en behulpzame ANWB-man en konden we het laatste gedeelte van de reis ondernemen naar Sambeek. Wat een wereld van verschil met die boeven in ItaliŰ.
Thuis stonden Pa en Margot klaar met een pilsje, dat we nog even op het terras konden nuttigen. En dat was inderdaad nog maar even, want ook hier betrok het in een keer en begon het te regenen. Volgens hun zeggen, de eerste bui sinds het begin van de vakantie. Pa en Margot hadden een enorme pot Chili con Carne gereedstaan, die voor het grootste gedeelte ook op ging en vergezeld was van een versgebakken brood en een overheerlijk wijntje. Dit keer aten we niet van weggooibordjes en dronken we ook niet uit plastic bekertjes, maar van echt aardewerk en uit echte glazen. Dat is voor ons dan toch het uiteindelijke en echte signaal, dat de vakantie over was. Terug naar de realiteit van alledag, maar dan wel met wederom een prachtige herinnering aan een fijne vakantie. De plannen voor volgend jaar broeien alweer.
 
Robert Mekking
Sambeek, augustus 2003.
 
Camping Europa
 
Sottomarina - Chioggia
 
Drukke stranden
 
Chioggia
 
Minoan Lines - Venetie
 
Kamperen aan boord
 
Leesmonsters
 
Dwars door Venetie
 
Langs historische punten
 
St. Marco op de achtergrond
 
En dichtbij
 
Zwemmen in het Canal Grande
 
Zout water
 
Eigen restaurant
 
Wildkamperen in Sagiada
 
Toetjes koop je om de hoek
 
Vissen voor de camper
 
Mooi tafereel
 
Zonsondergang
 
Ioannina
 
Eiland van Ali Pasha
 
Schattig kerkje
 
Huis van Ali Pasha (museum)
 
Bloemen bij elkaar
 
Nee, mag niet mee
 
Moskeeen te over
 
Orakel van Dodoni
 
Het mirakel van Mekking
 
Pa met z'n harem
 
Het amfitheater van Dodoni
 
Lekker lui
 
Zwemmen in het meer
 
De grotten van Perama
 
Tieten en mieten
 
Overal bloemen
 
Het span achterin
 
Lekker tekenend
 
De Vikoskloof
 
Helemaal boven
 
Steil naar beneden
 
Het eind van het pad
 
Een behoorlijke tocht
 
Via een geitenpaadje verder
 
Een km loodrecht
 
Goed op de paden blijven
 
Kluizenaarsgrotten
 
Wildkamperen
 
Mikro Papigo
 
Prachtige stroompjes
 
Veel kikkers
 
Helder water
 
Lekker (zonne-) baden
 
Mooi span
 
Survival omhoog
 
Klauteren en klimmen
 
Dan weer verder
 
Lunchen onderweg
 
Kleine bruggen, grote camper
 
Meteora: Ayou Nicolaos Anapafsas
 
Dat tilt ie niet
 
Fresco's
 
Schone Aussblick
 
Groot Varlaam
 
Andere kloosters in de verte
 
Machtig uitzicht
 
De eetzaal
 
Het knekelhuis
 
Camping Meteora Gardens
 
Werkend aan dit verslag
 
Camping Sikia in Kato Gatzea
 
De enige regenbui
 
Privestrandje
 
Spelletjes te kust en te keur
 
De trein naar Millies
 
Bekende passagiers
 
Bekende machinist
 
Alvast voor de terugweg
 
Drive through
 
Kerkje in Millies
 
Prachtige fresco's
 
Rijk interieur
 
Bronnenhuis
 
Brug over de kloof
 
Uitzicht over Rhamnous
 
Kerkje in Brauron
 
Tempeltje in Brauron
 
Kaap Sounion
 
Tempel van Poseidon
 
Zuidelijkste puntje
 
Akropolis in Athene
 
Kariatiden in de steigers
 
Vier op een rij
 
Herder
 
De 'Big' vertelt het allemaal wel
 
Kalenderplaatje
 
Afgezeken
 
Efzonen op wacht
 
Wie is wie?
 
En dat in 40 graden
 
Cafe in de Plaka
 
's Avonds over de Plaka
 
De wagenmenner van Delfi
 
Op zoek naar Apollo
 
De Apollotempel
 
Blijft mooi
 
Onze gids en verteller
 
Het Amfitheater
 
Gewonnen!
 
Een godinnetje
 
De Tholos van Delfi
 
Kokkerellen
 
Camping Apollo in Delfi
 
Ons uitzicht
 
Osios Loukas
 
Een naakte Jezus
 
Pantokrater
 
Prachtige byzantijnse architektuur
 
Letterlijk 'wild' kamperen
 
De karbo's zo de bbq op
 
Oversteek naar Patras
 
De kapitein van de Poseidon
 
Brug in aanbouw
 
Leuke overtocht
 
Camping Kato Alyssos
 
Afscheidsetentje
 
Weer kamperen aan boord
 
Jarige job (14)
 
Lekker kletsen
 
En lekker zwemmen
 
Aankomst Venetie
 
Voor dag en dauw
 
Op weg naar de terminal
 
Een laatste blik terug
 
 
 
 
 
 
**********
 
 
 
 
 
Routekaarten
 
Sambeek - Venetie
 
Igoumenitsa - Sagiada
 
Sagiada - Ioannina
 
Ioannina - Dodoni
 
Ioannina - Papigo
 
Papigo - Kalambaka
 
Kalambaka - Meteora
 
Kalambaka - Kato Gatzea
 
Kato Gatzea - Ramnous
 
Ramnous - Sounion - Athene
 
Athene - Delfi
 
Delfi - Osios Loukas - Itea
 
Delfi - Agios Nicolaos
 
Agios Nicolaos - Dogri
 
Dogri - Kato Alyssos
 
Kato Alyssos - Patras
 
Venetie - Sambeek